Ga naar de inhoud
Let op: Om de gebruikerservaring op deze site te verbeteren gebruiken we cookies.

Vraag van de maand

Liesbeth is sinds 1 september 2014 werkzaam voor een onderneming als administratief bediende. Haar arbeidsovereenkomst bevat een concurrentiebeding op grond waarvan Liesbeth zich ertoe verbindt om bij vertrek, geen soortgelijke activiteit uit te oefenen voor een concurrerende onderneming en dit gedurende een periode van 12 maanden na het beëindigen van de arbeidsovereenkomst.

Liesbeth, die reeds enige tijd op zoek was naar een job dichter bij huis, beëindigt op woensdag 6 september 2017 haar arbeidsovereenkomst mits naleving van een opzeggingstermijn. Aangezien haar bruto jaarloon op dat ogenblik slechts 45.000 EUR bedraagt, gaat de onderneming ervan uit dat zij geen afstand moet doen van het concurrentiebeding en evenmin de forfaitaire vergoeding gelijk aan 6 maanden loon verschuldigd is. Op 27 december 2017, stelt Liesbeth de onderneming in gebreke tot het betalen van de forfaitaire vergoeding.

Kan Liesbeth de forfaitaire vergoeding vorderen, wetende dat het concurrentiebeding niet geldig is aangezien niet aan de loonsvoorwaarde is voldaan?