Ga naar de inhoud
Let op: Om de gebruikerservaring op deze site te verbeteren gebruiken we cookies.

Economische werkloosheid historisch laag

Economische werkloosheid historisch laag

Gemiddeld 1,5 dag ofwel een half procent van alle werkbare dagen, zitten Belgische arbeiders thuis als gevolg van economische werkloosheid, zo ziet hr-dienstverlener Acerta. In het eerste kwartaal  was de economische werkloosheid in België al historisch laag met 0,83%. Maar de tijdelijke werkloosheid om economische redenen daalde in het tweede kwartaal verder.

In 2012 werd economische werkloosheid, die alleen voor arbeiders gold, ook toepasbaar op bedienden. Vandaag komt ze zelfs onder arbeiders nog nauwelijks voor. In Q1 2018 bedroeg ze nog 0,83% onder arbeiders, en in Q2 nog slechts 0,50%. Dirk Vanderhoydonck, Director Acerta Consult: “Dit historisch lage cijfer zegt eigenlijk dat er binnen ondernemingen nog nauwelijks arbeidsreserves zijn. Er zit m.a.w. geen speling meer op arbeidsaanbod versus arbeiders."

Groei zal moeten komen van

  • extra-uren presteren,
  • extra personeel of
  • investeringen in automatisering.

Gemiddeld 1,5 dag economische werkloosheid, in Brussel 1 uur

Op basis van de cijfers van de eerste acht maanden van 2018 stelt Acerta vast dat een arbeider gemiddeld anderhalve dag per jaar economisch werkloos thuiszit.

Percentage economische werkloosheid van werkbare dagen - bron Acerta

Per regio

In het Brussels Gewest is de economische werkloosheid met liefst -76,9% verder gedaald. Dirk Vanderhoydonck: “Een Brusselse arbeider komt gemiddeld zelfs niet aan 1 uur (0,12 dagen)!”

Economische werkloosheid bij arbeiders in procenten en dagen - Acerta

Verdere daling in alle sectoren

De daling zet zich in alle sectoren door, maar er zijn sectoren waar het percentage boven het – weliswaar historisch lage – gemiddelde van 0,50% blijft.

  • De bouwsector zakte verder van 1,90% voor Q1 2018 naar 1,17% in het tweede kwartaal.
  • De metaalsector ging van 1,07 % naar 0,85%.
  • De transportsector van 0,88% naar 0,35%.
  • De voedingsindustrie zat al onder het gemiddelde van Q1 (0,59 %) en deze is nu verder gedaald tot 0,17%.
  • Ook de confectie en textielindustrie gaan verder mee in de neerwaartse trend, van 5,06 % naar 2,74% en van 6,09 % naar 5,82% in het tweede kwartaal van 2018.

Grote bedrijven op het maximum

Bedrijven tot 50 medewerkers komen nog op een hoger percentage uit dan het gemiddelde van 0,50%. Dirk  Vanderhoydonck: “Omdat de economische groei een feit is, kunnen we dat percentage interpreteren als een groeimarge. Die groeimarge is er niet in de grotere bedrijven. Bedrijven met een personeelsbestand tussen de 100 en 200 werknemers noteren een gemiddelde van slechts 0,39%, het laagste percentage.”

In ondernemingen met 5 tot 10 werknemers is het percentage nog het hoogste, nl. 1,05%. Maar ook daar blijft de economische werkloosheid dalen.