Ga naar de inhoud
Let op: Om de gebruikerservaring op deze site te verbeteren gebruiken we cookies.

Wat zijn de belangrijke veranderingen voor de pensioenen sinds 1 januari 2019?

Wat zijn de belangrijke veranderingen voor de pensioenen sinds 1 januari 2019?

Sinds 1 januari 2019 is het pensioenstelsel gewijzigd met de bedoeling om de effectieve tewerkstelling van werknemers onbeperkt te belonen en bepaalde inactieve periodes, die met prestatieperiodes worden gelijkgesteld, minder gunstig te belonen.

De pensioenrechten van een werknemer worden berekend afhankelijk van het werk dat de gepensioneerde werknemer tijdens zijn loopbaan effectief heeft gepresteerd. Vóór 1 januari 2019 was het aantal werkdagen die voor de berekening van de pensioenrechten van een werknemer in aanmerking werden genomen beperkt: boven de 14.040 voltijdse dagequivalenten of 312 gepresteerde voltijdse werkdagen per jaar gedurende 45 jaar, gaven de door de werknemer effectief gepresteerde werkdagen geen bijkomend recht op pensioen.

Voor werknemers die na 1 januari 2019 met pensioen gaan, wordt er voortaan rekening gehouden met een ‘eenheid van loopbaan’ en een ‘volledige globale loopbaan’. Dat betekent dat werknemers vanaf dit jaar pensioenrechten blijven opbouwen voor al het effectief gepresteerde werk, zelfs wanneer de grens van 14.040 voltijdse dagequivalenten of 312 gepresteerde voltijdse werkdagen per jaar gedurende 45 jaar wordt overschreden. Het moeten wel prestaties zijn die worden uitgevoerd voordat de werknemer met pensioen gaat en waarvoor socialezekerheidsbijdragen worden betaald.

Afwezigheid

Bovendien wordt deze regel op een vergelijkbare manier toegepast voor de meeste met werkdagen gelijkgestelde periodes van afwezigheid (zoals tijdskrediet, afwezigheden door ziekte en invaliditeit, tijdelijke werkloosheid enzovoort). Zo zal een werknemer die na het bereiken van de bovenvermelde grens blijft werken en die bijvoorbeeld gebruik wenst te maken van zijn recht op eindeloopbaantijdskrediet, tijdens die inactieve periodes in het kader van zijn tijdskrediet rechten voor zijn pensioen blijven opbouwen. Afwezigheden verbonden met volledige werkloosheid, conventioneel brugpensioen, werkloosheid met bedrijfstoeslag (SWT) en pseudobrugpensioen worden niet meer beloond zodra de grens is bereikt.

Onder die grens worden afwezigheidsdagen door ziekte, invaliditeit en tijdelijke werkloosheid nog altijd volledig gelijkgesteld met gepresteerde werkdagen, terwijl dagen van volledige werkloosheid, werkloosheid met bedrijfstoeslag, conventioneel brugpensioen en pseudobrugpensioen minder worden beloond, waardoor de werknemer voor die inactieve periodes minder pensioenrechten opbouwt dan tot nu toe het geval was.

Tot slot hebben SWT’ers sinds 1 januari 2019 de mogelijkheid om een vervroegd pensioen te genieten.

Sinds 1 januari 2019 worden alle effectieve werkprestaties van werknemers voor de pensioenberekening in aanmerking genomen. Bepaalde inactieve periodes worden dan weer minder gunstig beloond. Via deze maatregel wenste de overheid de prestaties van werknemers in hun geheel te belonen. SWT’ers zullen bovendien voortaan kunnen gebruikmaken van het stelsel voor vervroegd pensioen. Dat was voordien niet het geval.