Ga naar de inhoud
Let op: Om de gebruikerservaring op deze site te verbeteren gebruiken we cookies.

Vakbond LBC: ‘Loonhuis van de toekomst’ berust op een fabel

Vakbond LBC: ‘Loonhuis van de toekomst’ berust op een fabel

De koppeling tussen loon en anciënniteit duwt oudere werknemers uit de markt, zo concluderen onderzoekers van de Vlerick Business School en het HR-adviesbedrijf Hudson. Zij willen de loonbarema’s in de tijd beperken, werknemers méér prestatiegebonden verlonen en meer flexibiliteit inbouwen in de loonpakketten. “De kritiek op de loonbarema’s is misplaatst”, zegt loonexperte Diane Pardon van de christelijke bediendenvakbond LBC-NVK.

Diane Pardon reageert op de recente white paper 'Future House of Rewards' (Het loonhuis van de toekomst) van professor Xavier Baeten (Vlerick) en Bart De Greve (Hudson). 

Afgetopt

“Het is een fabel dat loonbarema’s erop neerkomen dat werknemers tot in de eeuwigheid een hoger loon zouden krijgen. De meeste barema’s worden al na een aantal jaren ervaring of anciënniteit in een bedrijf of sector afgetopt”, zegt Pardon. “Wie bijvoorbeeld als bediende werkt in de distributie of bepaalde delen van de industrie en wordt betaald volgens het sectorbarema, krijgt géén opslagen meer na 21 of 22 jaar dienst. Als zo iemand op zijn 18de aan de slag gaat, ziet hij zijn loon stagneren rond zijn 40ste. In andere sectoren lopen de barema’s soms wat langer door. Gemiddeld tot er zo’n dertig jaren anciënniteit of ervaring is bereikt in een bedrijf of sector.”

Word je betaald op basis van een loonbarema, dan zal je loon rond je 40ste of 50ste worden bevroren. Vanaf dan worden er geen automatische loonsverhogingen meer toegekend.

Ook zonder barema

Het gebeurt dat ondernemingen zich op de markt, prestaties of competenties baseren om hun personeel te belonen en dat ze afzien van een barema. Ze werken dan met loonvorken, waarbij individuele verschillen mogelijk zijn op basis van prestaties, competenties of een combinatie van beide elementen. “In zulke situaties zien wij dat oudere werknemers of werknemers met meer ervaring ook beter worden betaald dan de jongere collega’s", weet de loondeskundige van LBC-NVK. "Als ouderen beter worden beloond, is dat dus zeker niet alleen te linken aan barema’s en ervaring of anciënniteit. Werkgevers zijn wel bereid meer loon te geven aan wie meer ervaring of grotere competenties heeft. Maar ze willen dat niet graag meer automatisch doen en willen vooral zelf beslissen wie wel of niet meer loon krijgt.”

Meer op basis van prestaties en competenties?

De onderzoekers van Vlerick en Hudson willen niet alleen de barema’s in de tijd beperken. Ze vinden ook dat er meer moet worden beloond op grond van prestaties en competenties. Dat zou werknemers meer motiveren.

“In de praktijk stellen wij het omgekeerde vast”, stelt Diane Pardon. “Je krijgt onzekerheid over het beschikbare geld voor loonsverhogingen, de manier waarop je zal worden beoordeeld en het pure feit of je opslag mag verwachten, ook al heb je beter gepresteerd dan het jaar voordien. Zo creëer je ongerustheid en frustraties bij het personeel en geef je de indruk dat het loonbeleid niet objectief genoeg wordt gevoerd.”

“Wanneer je beter hebt gepresteerd of extra competenties hebt ontwikkeld, is het niet zeker dat je loon ook zal worden opgetrokken. In de meeste gevallen moeten de aandeelhouders eerst hun deel van de koek krijgen. Meer dan eens wordt er met allerhande loonstudies gezwaaid om aan te tonen dat je in vergelijking met ‘de markt’ toch al genoeg verdient of dat je meer krijgt dan een aantal collega’s. Op die manier demotiveer je werknemers, in plaats van hen te motiveren.”

Inzetbaarheid

In de discussie over loon en anciënniteit wordt er niet bij verteld dat erg veel bedienden en kaderleden niet meer worden betaald volgens een barema. Diane Pardon: “Er wordt ook sterk gefocust op de internationale concurrentiepositie van België, gemeten aan de hand van welgeteld één parameter: de loonkosten. Wie zich zorgen maakt over de inzetbaarheid van oudere werknemers, moet ook de bredere discussie willen aangaan: hoe maak je werknemers levenslang inzetbaar? Welke inspanningen doen werkgevers om hen blijvend bij te scholen zodat ze mee kunnen in een nieuwe – digitale – wereld? Willen werkgevers een stuk van de bijscholingskosten betalen of wentelen ze dat liever af op anderen? En hoe zorg je ervoor dat loopbanen werkbaar blijven?”

Bron: LBC-NVK