Ga naar de inhoud
Let op: Om de gebruikerservaring op deze site te verbeteren gebruiken we cookies.

Uitreiking van de gecombineerde vergunning voor buitenlanders: hoe ver staan we?

Uitreiking van de gecombineerde vergunning voor buitenlanders: hoe ver staan we?

De Europese richtlijn 2011/98 legt de Lidstaten sinds eind 2013 op om “slechts één aanvraagprocedure te voorzien voor een gecombineerde vergunning voor onderdanen van derde landen om te verblijven en te werken op het grondgebied van een Lidstaat". Deze nieuwe procedure beoogt twee doelstellingen: één enkele procedure en één enkel document voor de uitreiking van verblijfs- en werkvergunningen en geen verschillende behandeling meer voor Europese en niet-Europese burgers.


De richtlijn moest uiterlijk op 25 december 2013 omgezet zijn. België heeft al enkele stappen ondernomen, maar de procedure om één enkele werkvergunning te verkrijgen kan op dit moment nog niet worden toegepast. Deze vertraging is met name te wijten aan de verdeling van de bevoegdheden in België.

Sinds de zesde staatshervorming zijn de bevoegdheden voor de tewerkstelling van buitenlandse werknemers verdeeld tussen de federale overheid en de gewesten. In dat opzicht valt de tewerkstelling van buitenlandse werknemers onder de bevoegdheid van de Gewesten (arbeidskaarten A en B) terwijl de werkvergunningen, die worden uitgereikt op grond van de 'bijzondere verblijfssituatie' van de betrokkenen (arbeidskaart C), een bevoegdheid van de federale overheid is.

De omzetting van de Europese richtlijn vereiste daarom een samenwerking tussen die verschillende autoriteiten. Aangezien België deze richtlijn niet op tijd heeft omgezet, heeft de Europese Commissie drie maanden na de deadline een niet-nakomingsprocedure ingeleid om ons land een sanctie op te leggen, alvorens de zaak aanhangig te maken bij het Gerechtshof van de Europese Unie in 2016.

Hoewel België tot nog toe nog geen sanctie heeft gekregen, was een versnelling van de omzettingsprocedure nodig. Uiteindelijk hebben de federale overheid en de gewesten op 2 februari 2018 een samenwerkingsakkoord afgesloten om de hervorming in grote lijnen om te zetten. De belangrijkste inhoud van dat akkoord is de procedure die voortaan van toepassing is. Dit samenwerkingsakkoord moest in werking treden op de dag waarop alle overheden zouden hebben ingestemd met dit akkoord en zodra de akten gepubliceerd zouden zijn in het Belgische Staatsblad. Dat is niet het geval.


In de oude regelgeving over de werkvergunningen voor buitenlanders werd onderscheid gemaakt tussen drie soorten vergunningen (A, B of C). Er moesten dan ook drie verschillende aanvragen worden ingediend bij de bevoegde overheid: een aanvraag voor (1) een werkvergunning, (2) een visum en (3) een verblijfsvergunning in de woonplaats. Het samenwerkingsakkoord daarentegen voorziet een nieuwe procedure die wel uniek is: één enkele aanvraag, waarna één enkel document wordt afgeleverd. De arbeidskaarten A, B en C worden niet meer afgeleverd, maar worden meteen opgenomen in de gecombineerde vergunning.

Praktisch:

· De aanvraag voor een gecombineerde vergunning wordt ingediend door de werkgever bij de migratiedienst. Als het om een onbeperkte periode gaat, moet de werknemer zelf de aanvraag indienen.

· De aanvraag wordt ingediend vóór de tewerkstellingsperiode.

· Binnen vijftien dagen na de indiening van de aanvraag verifieert de overheid de ontvankelijkheid en maakt ze de aanvraag over aan de Dienst Vreemdelingenzaken. Is de aanvraag ontvankelijk, dan wordt ze binnen vier maanden behandeld.

· Deze twee overheden nemen een beslissing op basis van hun onderzoek in alle onafhankelijkheid. Indien de gewestelijke overheid en de Dienst Vreemdelingenzaken allebei een positieve beslissing nemen, wordt de buitenlander ingeschreven in het vreemdelingenregister en kan hij in België werken zodra hij in het bezit is van de voorlopige documenten. Indien een of andere overheid een negatieve beslissing neemt, kan de buitenlander beroep aantekenen. Dat beroep varieert volgens de overheid die de negatieve beslissing heeft genomen.

Er moeten dus twee vergunningen tegelijk worden verkregen, en hun geldigheid hangt onderling van elkaar af.

De arbeidskaarten A, B en C evenals de verblijfs- en werkvergunningen die tot nog toe werden uitgereikt, blijven geldig tot hun einddatum. Voor een eventuele vernieuwing geldt de nieuwe procedure.


Het samenwerkingsakkoord dat is afgesloten op 2 februari 2018, is momenteel nog altijd niet van kracht, ook al zijn de wetten, decreten en verordeningen van de federale en regionale overheden betreffende de goedkeuring van dat akkoord gepubliceerd in het Belgische Staatsblad.

Zowel de federale als de regionale overheden hebben overigens en voor het merendeel al een besluit gepubliceerd tot uitvoering van dat samenwerkingsakkoord. Op het moment dat we dit schrijven, weten we nog altijd niet wanneer die nieuwe bepalingen in voege treden. Alles wat we weten, is dat ze van kracht moeten worden 'op de datum waarop het Samenwerkingsakkoordvan 2 februari 2018 tussen de federale overheid, het Waalse Gewest, het Vlaamse Gewest, het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest en de Duitstalige Gemeenschap betreffende de coördinatie van het beleid voor de toekenning van werk- en verblijfsvergunningen evenals de normen in verband met de tewerkstelling en het verblijf van buitenlandse werknemers in voege treedt'.

Momenteel is de toepassing van de procedure voor een gecombineerde vergunning ten vroegste voorzien voor januari 2019.