Ga naar de inhoud
Let op: Om de gebruikerservaring op deze site te verbeteren gebruiken we cookies.

Tweede pensioenpijler: onbekend, maar bemind

Tweede pensioenpijler: onbekend, maar bemind

In 1996 organiseerde Vlerick Business School een rondetafel over het toen nieuwe begrip ‘Employee Benefits’. Uit de confrontatie bleek dat communicatie en flexibiliteit dé aandachtspunten waren. Vandaag, 21 jaar later, blijkt daar weinig aan veranderd. De tweede pensioenpijler is nog steeds relatief onbekend bij de werknemer. De specialisten – dit keer rond de tafel van HR Magazine – zijn het erover eens: over deze technische materie moet dringend meer en beter worden gecommuniceerd naar de begunstigden.

 

Wettelijk pensioen volstaat niet

Rond onze tafel zitten specialisten met een technische of HR-achtergrond. Rob Maes (AG Insurance), Filip De Soete (Engie), Bert De Greve (Hudson), Vincent Dhont (Fluxys), Isabelle De Somviele (Claeys & Engels), Eric Baeckelandt (Willis Towers Watson), Xavier Baeten (Vlerick Business School) en Werner Verlinden (Eandis) gaan in discussie over een allesbehalve simpele materie. Xavier Baeten is Professor of Management Practice Reward and Sustainability bij Vlerick en vat de problematiek van het aanvullend pensioen gevat samen: “Ik noem het vaak ‘onbekend, maar bemind’, als alternatief op de bekende spreuk. De materie van het aanvullend pensioen is bemind geworden omdat het is doorgedrongen dat ons wettelijk pensioen niet meer zal volstaan. Mensen kijken hoopvol uit naar het aanvullende luik. Dat vinden ze een belangrijk luik, maar tegelijk blijft het mysterieus. Niemand weet precies wat de werkgever jaarlijks in zijn of haar rugzak stort voor het aanvullend pensioen – als dat al gebeurt – en dat is zeer pijnlijk.”

 

Engagement werkgever of sector

Isabelle De Somviele werkt als advocate bij Claeys en Engels en zit aan onze tafel op uitnodiging van Wolters Kluwer. Zij is gepassioneerd door alles wat aanvullende pensioenen aangaat. Zij gelooft dat het een goede zaak is voor de werknemer die het krijgt, maar ook voor de werkgever die het aanbiedt. Voor haar houdt een aanvullend pensioen het engagement in van een werkgever of een sector om bepaalde pensioenvoordelen te organiseren ter aanvulling van het wettelijk pensioen. “Daarbij kan ook sprake zijn van een overlijdensdekking of een dekking bij arbeidsongeschiktheid. Vaak is hier minder aandacht voor. Werknemers kennen – en appreciëren – vooral het luik pensioen of leven.”

 

Jongeren zijn koele minnaars

Uit de discussie aan tafel blijkt snel de technische aard van de materie. Het is voor niet-ingewijden een kluwen van onbekende terminologie, complexe berekeningen en technische mogelijkheden. Niet verwonderlijk dat communiceren over het onderwerp een zware klus is. Werner Verlinden, directeur Personeels- en Organisatiebeheer bij Eandis, heeft een ‘dubbele’ ervaring met communicatie: “Ik sluit aan bij het idee ‘onbekend, maar bemind’. Toch hebben we de voorbije tijd heel wat inspanningen geleverd om de plannen bekend te maken. We deden dat via ‘Comp&Ben-statements’ en infosessies en legden uit aan onze werknemers welke bedragen we storten. Wanneer de materie bekend wordt, wordt ze vaak als te complex ervaren. Bovendien stellen we vast dat de categorie werknemers onder de veertig zeer koele minnaars van het aanbod zijn. De scope is voor hen veel te lang. Jongere werknemers leven vandaag en willen vandaag resultaat zien. Dat vind ik een spijtige evolutie, want zo apprecieert niemand dat zeven procent van onze loonmassa naar die extra pensioenen gaat.”

 

Verhelderende info beschikbaar

Bert De Greve is Director Talent Management bij Hudson en verantwoordelijk voor het team Beloning. Hij tracht de aanvullende pensioenplannen in te passen in de beloningsstrategie van bedrijven. “De onwetendheid is overal nog groot. Zelfs aan de directietafel merken we dat weinig directeurs echt weten hoe de pensioenplannen zijn opgebouwd en hoeveel hun bedrijf jaarlijks in de pensioenplannen stort.” Toch zien enkele leden van het gezelschap een lichte kentering. Filip De Soete, Head of Long Term Benefits & Incentives bij Engie Benelux, houdt zich al tien jaar bezig met pensioenen. “Ik merk een zekere evolutie. Eerst en vooral wil ik een lans breken voor wat de overheid doet. Vandaag worden op het online-pensioenportaal ‘mypension’ (DB2P) verworven reserves haarfijn meegedeeld, evenals alle andere info over het aanvullend pensioen. Ik maak veel publiciteit voor die website en mensen vertellen me dat ze daar veel aan hebben. Het is enorm verhelderend.” Te noteren valt dat ook de FSMA (Autoriteit voor Financiële Diensten en Markten), onder de rubriek ‘Consumenten’ ontzettend veel nuttige informatie ter beschikking stelt.

 

Duidelijker door digitalisering

Rob Maes is communicatieverantwoordelijke Employee Benefits & Healthcare bij AG Insurance. Hij ziet eveneens de overheid stappen nemen: “De digitalisering zorgt voor verduidelijking. We beseffen dat het een complexe materie is om duidelijk over te brengen. Via de studie die we samen met Vlerick ondernamen, zochten we uit welke onderdelen geapprecieerd worden en hoe we beter in de kijker kunnen zetten wat werkgevers doen voor hun werknemers. Belangrijk om weten is dat de tweede pijler nog in de kinderschoenen staat. Het belang zal alleen maar toenemen en dat heeft de regering gelukkig ingezien.” Eric Baeckelandt merkt die evolutie al gedurende een aantal jaar. Hij werkt als Senior Consultant bij Willis Towers Watson. “We merken dat werkgevers meer elektronische media inzetten en meer papierloos communiceren. Wij adviseren bedrijven en pensioenfondsen met betrekking tot aanvullende pensioenen. We merken daar vooral de evolutie naar elektronische ‘benefit statements’, ‘total reward statements’ en websites.”

 

Communicatie door HR?

Op de vraag wie dan de communicatie dient te organiseren, lijkt ons panel het erover eens dat die eer de HR-afdeling te beurt valt. Vraag blijft of HR die communicatie ook zelf dient te voeren. Vincent Dhont is Compensation & Benefits Manager bij Fluxys. Pensioenen zijn altijd zijn werkterrein geweest. “Ik raad communicatie over dit onderwerp aan van bij het begin van de carrière. Wat iemand krijgt als tweede pensioenpijler zouden we bij de aanwerving al duidelijk kunnen maken, door te vertellen wat we maandelijks in de rugzak stoppen met het oog op pensionering.”

 

Snel wijzigende omstandigheden

De betrokkenen zijn inderdaad best van bij het begin op de hoogte, om later ontgoochelingen te vermijden. Werner Verlinden van Eandis beaamt: “Als HR-dienst is het onze opdracht de medewerkers hierover te informeren. Via een goede communicatie en uitleg over de gevolgen van wat mensen beslissen, kan je verrassingen vermijden. Zelf kiezen we er bij Eandis voor om het voor werknemers zo simpel mogelijk te houden. Vandaag wijzigen de gezinssamenstellingen zo snel dat we daar met onze plannen niet tijdig kunnen op inspelen. Dat schept tegenwoordig veel onduidelijkheid.”

 

Uitlegbaarheid als criterium

Xavier Baeten riskeert zich wat hij noemt een stoute uitspraak: “Ik zou zo ver gaan om mijn plan af te stellen op de communiceerbaarheid van de delen ervan. Gemakkelijk uitlegbaar en begrijpbaar zou de basis zijn. Sommige aspecten zijn zo complex om uit te leggen dat je ze misschien beter niet in je plan opneemt. Vandaag zou ik in elk geval opteren om de communicatie aan de werknemers niet over te laten aan de HR-medewerkers alleen, want dat zijn niet de specialisten. Ze moeten zich laten bijstaan door partijen die de boodschappen ‘opleuken’ en ‘ontmoeilijken’ (zie kader).”

 

Maatschappelijk probleem

De experts aan onze tafel adviseren bedrijven die wensen te participeren aan de tweede pensioenpijler. De HR-professionals onder onze gasten getuigen hoe hun bedrijf ermee omgaat. “We mogen niet vergeten dat rond deze tafel de top zit, ook inzake aanbod”, merkt Xavier Baeten terecht op. “Vergeet niet dat liefst 25 procent van de werknemers vandaag geen aanvullend pensioen heeft. Dat baart me maatschappelijk zorgen. Van de resterende 75 procent heeft een aantal een sectorplan, maar er is een gigantisch deel van de Belgische beroepspopulatie dat met pensioen zal gaan in trieste omstandigheden.”

 

Uitgesteld inkomen

Eric Baeckelandt vult aan: “In Nederland heerst een veel sterkere pensioencultuur. De werkgever stort er gemiddeld 20 procent aan aanvullend pensioen. Je kan je daar vragen bij stellen. In Nederland heb je een comfortabel uitzicht op je pensioen. In België is de gemiddelde bijdrage aanzienlijk lager en zijn we een probleem aan het creëren.” Rob Maes weet dat de gemiddelde jaarbijdrage voor bedienden in de portefeuille van AG Insurance in België rond vier procent van het salaris bedraagt. Daarmee kan je onmogelijk een comfortabel aanvullend pensioen opbouwen. We moeten volgens onze experten leren inzien dat een dergelijke pijler een uitgesteld inkomen vertegenwoordigt. Xavier Baeten: “Het gaat effectief om een inkomen. Het is koopkracht voor later en we moeten met zijn allen – ook de vakbonden – leren inzien dat het langetermijnperspectief nodig is.”

 

Noorderburen tonen de weg

Het gesprek gaat verrassend vaak in de richting van de Nederlanders. Eric Baeckelandt is niet verbaasd: “Voor Nederlanders is pensioen een heilig huisje en in die zin is het minstens even belangrijk als het salaris. De communicatie is beter en staat hoog in het prioriteitenlijstje. Bij ons vraagt geen enkele jonge sollicitant naar de pensioenopbouw. In Nederland zijn jonge mensen meer geïnteresseerd, onder meer omdat de pensioenen er lager zijn dan bij ons.” Isabelle De Somviele vult aan: “In Nederland kennen medewerkers én vakbonden de materie zeer goed. Deze laatsten komen naar de onderhandelingstafel met hun raadsmannen. Als wij in België naar een ondernemingsraad gaan, dan merken we dat ook daar de materie vaak ongekend is. Wij zijn ook het enige land waar het mogelijk is een volledig pensioenkapitaal te ontvangen. In andere landen gaat het om een rente, waardoor dit echt een (maandelijkse) aanvulling is op het wettelijk pensioen. Bij ons wordt het pensioenkapitaal vaak niet echt als een pensioeninkomen beschouwd.”

 

Leren mee omgaan

Door het gebrek aan duiding blijken Belgen niet altijd voorbereid om goed om te gaan met de grote som geld die ze bij hun pensionering plots ontvangen. “Met pensioen gaan is een gebeurtenis die je maar één keer in je leven meemaakt. Iedereen beleeft het anders. Dergelijke kapitalen zijn een aanvulling op het wettelijk pensioen en bedoeld om voor een zeer lange periode de levensstandaard op een bepaald peil te houden.” Ook hier wordt weer verwezen naar Nederland, waar rentes worden uitgekeerd in plaats van kapitaal. Werner Verlinden suggereert het kapitaal op de informatiefiches om te zetten in het aantal maanden dat je nog extra kan leven volgens het inkomen dat je had voor pensionering.

 

Positief verhaal

Uiteindelijk blijken de experten veel hoop te hebben. Werner Verlinden wijst erop dat al veel mogelijk is. Filip De Soete merkt tekenen van beterschap met de sites van de overheid ter ondersteuning. Maar hij ziet ook een verantwoordelijkheid weggelegd voor de werknemer zelf. Die kan evengoed zelf helpen zorgen voor zijn pensioen door de mogelijkheden van de derde pijler aan te spreken. De dame in het gezelschap krijgt het laatste woord. Isabelle De Somviele: “We hebben ons vooral gefocust op knelpunten, maar aanvullende pensioenen zijn een positief verhaal. We geloven dat er momenteel een goed basiskader is. Het komt er nu op aan met alle stakeholders verder te werken aan de verbeterpunten.”

Onze panelleden bogen zich over de tweede pensioenpijler, die bij werknemers grotendeels onbekend is. Hoe kan je de inhoud best aan de betrokkenen doorgeven?

 

Wetgeving

De wetgever heeft het eerste woord. Advocate Isabelle De Somviele: “De wet schrijft voor wat er in de jaarlijkse pensioenfiche of ‘benefit statement’ moet staan. Sinds een recente wijziging gaat dat zo ver dat deze ook bepaalt welke gegevens op welke plaats moeten staan. Voor bedrijven die al een eigen, duidelijke communicatie hadden die hierdoor aangepast moet worden, draagt dit niet altijd bij tot een beter begrip. Anderzijds is de bedoeling hiervan dat elke werknemer via ‘mypension’ (databank DB2P) de informatie op dezelfde manier terugvindt en kan vergelijken. Op termijn moet dat ertoe leiden dat mensen beter weten hoeveel aanvullend pensioen ze al hebben opgebouwd. Daarnaast is er een minimum aan techniciteit in de materie die een goed begrip niet altijd gemakkelijk maakt.”

 

Bijkomende info verschaffen

Voor Vincent Dhont kan de werkgever verdergaan. “Technische documenten zijn inderdaad een vereiste, maar bedrijven kunnen ten behoeve van de werknemers zorgen voor aanvullende informatie, via een informatiefiche die een antwoord biedt op de meestgestelde vragen. Wat is mijn wettelijk pensioen en wat komt daar bij als ik stop met werken? Krijg ik een kapitaal als ik met pensioen ga, en zo ja hoeveel en wanneer? Hoeveel hou ik netto over na belastingen? Wat zijn de rendementen geweest op mijn reserves de voorbije jaren?”

 

Digitaal troef

Xavier Baeten wijst erop dat uit de Vlerick-bevragingen blijkt dat mensen vragende partij zijn voor gedigitaliseerde informatie. Ze wensen info via e-mail en websites en ze willen ook kunnen simuleren. Mondelinge informatie zou hij laten geven door HR, al dan niet bijgestaan door specialisten. Isabelle De Somviele wijst op de situatie in kleine bedrijven: “Grote ondernemingen hebben vaak meer middelen en specialisten ter beschikking, wat meestal niet het geval is voor kleine(re) ondernemingen, die ook een aanvullend pensioen aanbieden. Daar moeten de weinige HR-medewerkers alles kennen en begrijpen, waardoor veel van hen wordt verwacht. Op termijn zou mypension (databank DB2P) daarin een (nog) grotere rol kunnen opnemen.”

 

Rol van verzekeraar

Rob Maes van AG Insurance: “Daarin hebben wij een rol te vervullen. We hebben op dat vlak ook al initiatieven genomen. Zo hebben we een platform ontwikkeld waarbij je de basis ziet van alle dekkingen: wat je gaat krijgen bij pensioen, wat je hebt opgebouwd, wat je hospitalisatie inhoudt. Voor een stuk moeten we de werkgever, zowel grote als kleine bedrijven, daar in een partnerschip in bijstaan. Daarom vermelden we naast de bedragen ook wat je met die verzekeringen kan doen: wat als ik zwanger word, ouderschapsverlof neem? In de praktijk merken we dat we misschien nog iets te technisch zijn, maar de eerste stappen zijn gezet.”

 

Praktijkcases

Filip De Soete van Engie en Werner Verlinden van Eandis hebben al ervaring ter zake. Filip De Soete: “Mensen stellen steeds dezelfde vijf vragen. Deze zijn gemakkelijk te beantwoorden. Wij hebben de sociale partners die lid zijn van de raden van bestuur gevormd in deze materie. Zij hebben dagelijks contacten op de werkvloer en dan heb ik graag dat zij de correcte informatie delen met het personeel. Vorm dus best iedereen die mee rond te tafel zit.” Werner Verlinden beaamt de aanpak: “We hebben bij Eandis een HR-routekaart geschreven met een IT-gedreven planning voor de komende tien jaar. Op zo’n communicatieplan leg je dan bijvoorbeeld automatisch de link naar specialisten en naar mypension. We maakten ook brochures over elke mogelijke vraag die kan voorkomen.”