Ga naar de inhoud
Let op: Om de gebruikerservaring op deze site te verbeteren gebruiken we cookies.

Sociaal overleg: Op naar meer dialoog

Sociaal overleg: Op naar meer dialoog

Een proactieve benadering van de sociale partners zorgt enkel voor geloofwaardigheid als de bedrijfscultuur goed zit. Meer dialoog moet het conflictmodel verdringen. In tijden van snelle technologische veranderingen is een nieuw overlegmodel meer dan ooit aangewezen.

Ervaring

De meest ervaren man rond de tafel zet de toon. Tony Verlinden (Elco) werkte aan het sociaal overleg bij reuzen als Colruyt, Manpower en Brico Plan-it maar ook bij kleinere bedrijven. Ooit werd hij door de vakbonden al op dag één van zijn opdracht verwelkomd als terminator. “Het kan sarcastisch klinken, maar ik heb vastgesteld dat proactiviteit naar vakbonden vaak helemaal niet zorgt voor geloofwaardigheid. Het is het beste recept voor onmiddellijke onrust. Sociale partners vroeg betrekken bij snelle en ingrijpende veranderingen in het bedrijf is sterk te overwegen, maar tegelijk een heel moeilijke opdracht. Elke verandering stuit immers op weerstand. Informeel kan je de problemen op hoog niveau aankaarten. Eénmaal ze bij de achterban komen, komt iedereen onder druk en wordt heel wat onbespreekbaar. Veel hangt af van de sfeer.”

Evenwicht

Manou Doutrepont (The Social Dialogue Network) helpt werkgevers die willen investeren in een gezond sociaal klimaat. “Goed overleg begint met de juiste attitude. Met negativisme rij je jezelf steeds weer vast. Door de ideologie van de sociale partners zitten we vandaag dikwijls vast in een conflictmodel. Maar ook managers gaan niet vrijuit. De ondernemingsraad is de opportuniteit voor werkgevers om vakbonden te overtuigen dat een bedrijf voortdurend moet veranderen. Dat het zich moet aanpassen aan de VUCA-wereld. Op de ondernemingsraad dient verandering op de agenda te staan. Geef de sociale partners de kans in te zien wat belangrijk is voor de toekomst van het bedrijf en haar medewerkers. Dan krijg je een andere, opbouwende sfeer, meer samen-denken en meer collectieve intelligentie. Samen creëer je draagvlak voor verandering. Sociaal overleg is een werkwoord.”

Best practice

Rond de tafel zitten met IKEA en BASF twee Belgische bedrijven die bogen op een positief sociaal klimaat. IKEA kwam recent in het nieuws met de akkoorden rond nachtwerk. Stephan Lepouttre (IKEA) bevestigt: “Ik zie de ondernemingsraad eveneens als een investering. Het is geen louter juridische verplichting. Voor mij is ze even belangrijk als het directiecomité. Ik vind er toelichting en overleg. Daar gaat partnership over. Dat kwam niet zomaar tot stand. In samenwerking met HR interviewden we 300 leidinggevenden. Hoe zagen zij het sociaal overleg en wat was nodig om te slagen? We schrokken van het resultaat. Leiders zagen het belang, maar hadden schrik en wisten niet hoe eraan te beginnen. We werkten samen een strategie uit. We leren vandaag onze medewerkers omgaan met frustraties en conflicten. Dat is niet simpel, want we moeten alle partijen overtuigen en meenemen in de nieuwe richting.”

Proactiviteit

Kitty Vinck neemt deel aan het sociaal overleg bij BASF en volgt de gemaakte afspraken bij haar werkgever op. “Ik heb geleerd dat proactiviteit en transparantie bij ons de sleutels zijn. Het betreft een cultuur die de vakbonden kennen en die door iedereen gedragen wordt. De partners worden pas achterdochtig als ze denken dat we dat niet zijn. Natuurlijk helpt onze historiek ons. We gingen de voorbije vijftig jaar in ons land nooit over gaan tot collectief ontslag. Wel voerden we herstructureringen door. Zo was recent ons 'treasury center' in het nieuws omdat het naar Ierland verhuisde. Dat is een zwaar veranderingsproces voor de betrokkenen. Sommigen deden al dertig jaar hetzelfde werk. Elders op de grote site ingepast worden, lijkt soms als van werkgever veranderen. Maar de partners weten dat we voor iedereen oplossingen zoeken. Dat stelt iedereen gerust.”

Focus

Als advocaat bij DLA Piper komt Pierre Dion vaak tussen als het misloopt. Dat kleurt uiteraard zijn ervaring, weet hij. “Grote spelers als BASF en IKEA hebben duidelijk een professionele relatie met de sociale partners. Zo zijn er te weinig in ons land. Technologie en digitalisering vereisen grote veranderingen, maar in – vooral kleine – bedrijven draait het sociaal overleg nog te vaak rond verworvenheden, een probleem dat noodzakelijke hervormingen bemoeilijkt. Veel ondernemingen willen wel cao’s afsluiten over bijvoorbeeld e-commerce zoals IKEA, maar krijgen dat gewoon niet geregeld. We focussen in ons land te veel op de problemen en niet op de oplossingen.”

Dialoog

Peggy De Prins (Antwerp Management School) wijst erop dat de positieve verhalen die zij ziet zelden de pers halen. “We moeten inhoudelijk leren verder te gaan dan loon- en arbeidsvoorwaarden. We horen op te schuiven naar een discours van dialoog. Technologie zal elke job veranderen. Dan moet je er samen met de partners in slagen te evolueren. We hebben er paritair belang bij. HR moet – samen met de sociale partners – de nodige tools en een jargon daarvoor ontwikkelen. Dat moet leiden tot een partnerschapsmodel. Transparantie moet succes opleveren.”

Transparantie

Ook Tony Verlinden (Elco) pleit voor transparantie. “Ik maakte in Nederland mee dat een overnemer ergens binnenkomt en meedeelt dat na vijf jaar verlies een reorganisatie zich opdringt. Die openheid en de daaruit volgende uitwisseling leidde tot een geslaagde operatie. Als je dat in België riskeert, krijg je problemen. De sociale partners pikken dat niet. Toch geloof ik in transparantie. Het gaat over belangrijke thema’s die de medewerkers aanbelangen. Dan moet je als bedrijf je visie uitspreken en met een goed plan A naar de sociale partners trekken.” Kitty Vinck (BASF) volgt. “Ook wij bouwen ons overleg zo op. Moeilijke thema’s zoals verzuim klinken negatief. Ze kunnen het gevoel geven dat mensen opgejaagd worden. Toch benaderen we dat transparant en positief, al is het niet evident iedereen in dat denkproces mee te nemen.”

Instelling

Stephan Lepouttre (IKEA) benadrukt het belang van positivisme rond de onderhandelingstafel: “We moeten terug leren geloven in elkaar en in de mogelijkheden. Toen ik aan de cao over nachtwerk begon, hoorde ik enkel dat het niet zou lukken. Ik vroeg om eerst te luisteren en iedereen te laten uitspreken. Ik luisterde ook naar mijn gesprekspartners. We ontmaskerden veel vooroordelen in de onderhandelingen, zowel bij de vakbonden als bij het bedrijf.” Manou Doutrepont (The Social Dialogue Network) spreekt over procedurele rechtvaardigheid: “Het is belangrijk dat mensen ervaren dat de andere naar hen luistert. Dat schept een rechtvaardigheidsgevoel. Het is een basisvoorwaarde voor een goede dialoog.” Kitty Vinck (BASF) wijst erop dat leidinggevenden soms ten onrechte schrik hebben van de vakbonden. “Luisteren wordt moeilijk als je vreest voor de inquisitie te moeten komen. Een succesvolle dialoog vraagt vertrouwen.”

Opleiding

Stephan Lepouttre (IKEA) pleit voor de nodige opleiding bij leidinggevenden. “Jonge energieke leiders moeten inzien dat er geen andere weg is dan te overleggen met de sociale partners. Niet zelden begint een jonge leider enthousiast aan zijn opdracht, tot hij tegen een beslagen afgevaardigde aanloopt. Hij weet niet hoe daarmee om te gaan. Daarom moet dat gegeven opgenomen worden in de rekrutering, de opleiding, het competentierooster en de evaluatie. Wie bij IKEA de leiding wil nemen, moet op termijn uitblinken in sociale dialoog.” Tony Verlinden (Elco): “Het management moet nadien ook de leiders steunen als hen wat overkomt. Bedrijven raden hun chefs aan om flink te zijn en op hun strepen te staan. Maar dan verdienen die chefs ook steun. Te vaak worden ze bij de eerste discussie met een afgevaardigde in het ongelijk gesteld. Nochtans is de chef de beste afgevaardigde. Indien hij oor heeft voor de bezorgdheden van zijn medewerkers, lost hij 80 procent op van de gevoeligheden waarmee ze anders naar de vakbond trekken. Bij de opleiding moet de nadruk niet liggen op de juridische inhoud, maar op de relatie. Goed met elkaar leren omgaan moet primeren. Co-habitation is de oplossing.”

Goede afspraken

Manou Doutrepont (The Social Dialogue Network) benadrukt het belang van de sociale 'chain of command'. “Vastleggen wie wat moet doen, is van heel groot belang. Het moet duidelijk zijn. Elke leidinggevende moet weten wat hem te doen staat. Een medewerker weet wanneer hij naar zijn chef moet en wanneer naar de afgevaardigde. Conflicten moeten opgelost worden in drie stappen. Cao 5, betreffende de syndicale afvaardiging, zit wat dat betreft goed in elkaar. Het is dan zaak te weten hoe het sociaal overleg moet georganiseerd worden. Ook het onderscheid tussen ondernemingsraad, comité en syndicale afvaardiging moet gerespecteerd worden. Maak onderscheid tussen informatie, consultatie en beslissing. We kunnen dat ‘de scheiding der machten’ noemen. Je moet die zaken nauwkeurig toepassen, net als de reglementen.” Stephan Lepoutre (IKEA): “Goede afspraken zorgen ervoor dat de sociale relaties doorgang blijven vinden. Dat staat los van de individuele medewerkers die ze moeten verzorgen. Als je duidelijke regels hebt, mag een leidinggevende of een afgevaardigde vervangen worden. Dat zorgt niet voor problemen. Er is dan continuïteit.”

Technologie en impact

Technologie, digitalisering en mondialisering veranderen de wereld. Manou Doutrepont (The Social Dialogue Network) ziet niet meteen impact op de arbeids- en de machtsverhoudingen. Tony Verlinden (Elco) ziet wel een toename van consultants, freelancers en onderaannemers. Dat beïnvloedt op termijn de relatie met de vakbonden. De toekomst van het werk baart Peggy De Prins (Antwerp Management School) zorgen: “De belangen waren nooit meer gelijklopend. De partijen hebben elkaar nodig en moeten meer dan ooit samen met elkaar door zee.” Pierre Dion (DLA Piper): “Hier bevinden zich heel wat mogelijkheden voor de arbeidsmarkt. Maar de sociale partners stellen zich te terughoudend op als het om technologische innovatie en digitalisering gaat, wat noodzakelijke hervormingen belemmert. Kijk naar de deeleconomie. Sociale dialoog kan een belangrijke rol spelen om daarrond een efficiënt juridisch kader te vormen. Maar er wordt te veel gefocust op de mogelijke problemen en niet op de opportuniteiten, waardoor het voorlopig onzekerheid troef is.” Kitty Vinck (BASF): “Wij werken aan het project Digitalisering 4.0 en willen iedereen bereiken want het gaat over jobverrijking. Medewerkers kunnen met de nieuwe technologie bijleren en zichzelf bijscholen.”

Collectief versus individueel

Manou Doutrepont (The Social Dialogue Network): “Ik heb een klant waar ze twee keer per jaar spreken over de toekomst van elke functie. Waar gaan we naartoe als bedrijf en waar ga jij naartoe binnen die organisatie? Dat brengt ons bij het probleem van het levenslang leren. Het is niet langer het probleem van de vakbonden en de baas, maar ook van het individu.” Pierre Dion (DLA Piper): “Je moet inderdaad individueler denken door de technologie en de digitalisering. Medewerkers kunnen hun carrière in zeker mate zelf invullen. Dat is een belangrijke wending. Maar vakbonden zorgen liever voor collectieve zaken. Iedereen moet door die verandering en dat is de grote uitdaging voor het sociale overleg.”

Herprogrammeren

Stephan Lepouttre (IKEA): “Een groot stuk van onze populatie oefent al gans hun leven dezelfde functie uit. Mensen moeten zich vandaag in vraag stellen. Wat doe ik graag en wil ik behouden in mijn toekomstige functie? Als bedrijf moeten we hen daarbij helpen. Het zal hun leven veranderen. Ze moeten uitzoeken wat hen energie geeft. We zullen een en ander samen met hen ontdekken. Als bedrijf moeten we daarin het verschil maken. Het is een gedeelde rol. De betrokken persoon is zelf ook verantwoordelijk.” Peggy De Prins (Antwerp Management School): “De rol van de vakbond zal hier ook van belang zijn. Hoe gaan zij om met de veranderingen voor het individu? Het gaat verder dan arbeidsvoorwaarden.” Kitty Vinck (BASF): “Ik zie mogelijkheden in jobcrafting, interne proefperiodes en loopbaancoaching. Ook de mogelijkheid om over te stappen naar een lichtere functie moet kunnen, al ligt het lagere loon dat daarmee gepaard kan gaan nog moeilijk.”

Toekomst

Stephan Lepouttre (IKEA) ziet nog heel wat uitdagingen voor alle sociale partners: “Het wordt spannend als retailers overgaan tot samenwerkingsverbanden zoals het delen van talent. We zullen onbegane paden betreden. We vinden nieuwe zaken om te bundelen wat ons verenigt. Daarvoor moeten we wellicht naar vernieuwde federaties. We moeten vooroordelen overwinnen en synergieën zoeken. Daarvoor zullen we misschien van nul moeten beginnen. Ik zie het werken met de vakbonden daarin als een huwelijk waar je niet uit kunt stappen. Gezien je toch niet kan scheiden, kan je beter aan een gemeenschappelijke tafel zitten en voor het grotere belang gaan. We hebben nood aan een dialoog versie 2.0.”

Stereotiep

Kitty Vinck (BASF) wil af van het stereotiep beeld van de vakbonden. “Vakbondsafgevaardigden zijn meer dan enkel de mannen met de gekleurde hesjes die banden in brand steken, maar heel dikwijls geëngageerde mensen die binnen de onderneming verantwoordelijkheid nemen om tot oplossingen te komen. De kwaliteit van overleg kan dankzij hun inzet heel hoog zijn.” Peggy De Prins (Antwerp Management School) ziet een rol voor de pers. “De media brengen alleen wat verkeerd loopt. Goed nieuws trekt niet aan. Ik ken heel veel goede praktijken. We staren ons blind op de conflicten. We moeten de sociale dialoog uit het juridische slop halen en er een kwestie van respect en menselijkheid van maken.”