Ga naar de inhoud
Let op: Om de gebruikerservaring op deze site te verbeteren gebruiken we cookies.

Remuneratie topmanagers nog beperkt gericht op duurzame waardecreatie

Remuneratie topmanagers nog beperkt gericht op duurzame waardecreatie

De remuneratie zet onze ondernemingstop onvoldoende aan om aandacht te besteden aan milieu-aspecten en de creatie van aandeelhouderswaarde over de lange termijn. Dat is een belangrijk conclusie van het Executive Remuneration Research Centre van Vlerick Business School.

De mediaan van de totale remuneratie (vast salaris, bonus en aandelengerelateerde remuneratie) van CEO’s bedroeg in 2017 in de Bel 20 bedrijven 1.975.000 euro (2016: 2.080.000 euro), in de Bel Mid 865.000 euro (2016: 690.000) en in de Bel Small 525.000 euro (2016: 560.000 euro).

Het onderzoek geeft cijfers over de verloning in de Bel 20, Bel Mid en Bel Small.

Het totale remuneratiepakket zet onvoldoende aan tot langetermijngedrag, vinden de onderzoekers. Dat is nochtans een doelstelling van het Europese Shareholder Rights Directive.

België niet in koppeloton

De Europese Shareholder Rights Directive die bepaalde eisen stelt voor de openbaarmaking van de topsalarissen, treedt de eerstkomende jaren in werking, ook in België. Zo moet detailinformatie verstrekt worden over de bonussystematiek.

Het Vlerick-onderzoek stelt vast dat op vandaag slechts 23% van de Belgische beursgenoteerde bedrijven informatie verschaft over de hoogte van de targetbonus; dit is de bonus die wordt uitgekeerd als de doelstellingen bereikt zijn.

Bovendien geeft slechts 51% informatie over de maximumbonus. België is hier zeker niet de beste leerling van de klas: 65% van de Nederlandse beursgenoteerde bedrijven verleent informatie over de targetbonus, en 68% van de Duitse bedrijven.

Als we onze aandacht richten op de onderliggende criteria die de bonus bepalen, stellen we vast dat 80% van de Belgische bedrijven deze informatie verschaft tegenover 89% van de Nederlandse bedrijven, en zelfs 100% van de bedrijven gevestigd in het Verenigd Koninkrijk. Ook Zwitserland doet het goed met 94%

Langetermijnwaardecreatie

De Shareholder Rights Directive wil de bedrijven voorts stimuleren om te focussen op de langetermijnwaardecreatie, en wil ook zogeheten duurzaamheidscriteria (bv. milieu-impact) een rol zien spelen in de incentivesystemen.

Xavier Baeten noemt het opmerkelijk dat het resultaat op de korte termijn nog altijd sterk de incentives van het topmanagement drijft.

87% van de bedrijven hanteert winstgevendheidsmaatstaven om de bonus te bepalen, terwijl amper 3% concrete doelstellingen vooropstelt voor emissies en andere milieugerelateerde aspecten.

"Bovendien krijgen de financiële maatstaven voor de bonus een gemiddeld gewicht toegekend van 75%", stelt Xavier Baeten. "Ook hier zijn er duidelijke verschillen tussen de landen: waar 32% van de Belgische bedrijven in de bonus indicatoren opneemt die te maken hebben met werknemers, milieu, klanten of algemene duurzaamheidscriteria, bedraagt dit in Nederland 41% en in het Verenigd Koninkrijk zelfs 61%. Duitsland doet het opvallend slecht met slechts 12%.”

Aandelen langer aanhouden

Een andere methode die meer en meer aan sympathie wint om het ‘lot’ van de CEO te linken aan dat van het bedrijf, bestaat erin om de CEO aandelen van het bedrijf in bezit te laten hebben over een lange termijn. In het onderzoek valt op dat die termijn meestal slechts drie jaar bedraagt. Het onderzoek toont voorts aan dat slechts een kwart van de bedrijven aandelen geeft aan de CEO die pas na meer dan drie jaar ter beschikking komen of ten gelde gemaakt kunnen worden. België doet het op dit vlak een stuk slechter dan het gemiddelde, met slechts 12% van de bedrijven die aan de eisen voldoen. Ook hier gaan de Nederlandse bedrijven de Belgische vooraf met 26%. Het VK spant opnieuw de kroon met 42% van de bedrijven die remuneratiemechanismen hanteren die de langetermijnaandeelhouderswaarde benadrukken.

Het onderzoek

Het onderzoeksteam van Vlerick Business School analyseert jaarlijks de remuneratierapporten van beursgenoteerde bedrijven in België, Nederland, Frankrijk, Duitsland, Zweden, het Verenigd Koninkrijk en, sinds dit jaar ook Zwitserland. Het brengt zowat alle remuneratiekenmerken in kaart:

  • de remuneratieniveaus;
  • de remuneratie-instrumenten;
  • de onderliggende criteria;
  • het stemgedrag van de aandeelhouders en
  • de openbaarmakingspraktijken van de bedrijven.

De resultaten die gerapporteerd worden, hebben betrekking op 2017.