Ga naar de inhoud
Let op: Om de gebruikerservaring op deze site te verbeteren gebruiken we cookies.

Regering wil tweede pensioenpijler ook voor werknemers

Regering wil tweede pensioenpijler ook voor werknemers

De federale regering wil de tweede pensioenpijler (het aanvullend bedrijfspensioen) uitbreiden en veralgemenen. Daarom komt er een vrij aanvullend pensioen voor werknemers (VAPW). SD Worx is niet zeker dat het systeem zal aanslaan.

Nieuwe stap

Voor minister van Pensioenen Daniël Bacquelaine (MR) is de goedkeuring van het voorontwerp van wet tot instelling van een vrij aanvullend pensioen voor de werknemers een nieuwe stap naar een veralgemening van de aanvullende pensioenen: "Alle werknemers zullen zich voortaan kunnen verzekeren van de opbouw van een aanvullend pensioen van een niveau dat ten minste overeenkomt met drie procent van hun verloning.”

Individueel recht

Het VAPW geeft sommige werknemers, die nu geen of slechts een laag aanvullend pensioen hebben, toegang tot een tweede pensioenpijler. Het wordt gefinancierd door inhoudingen op het nettoloon.
Het initiatief ligt bij de werknemer. Hij of zij kiest vrij de pensioeninstelling en het bedrag van de inhoudingen op het nettoloon. Weliswaar zijn de bijdragen beperkt tot 1.600 euro per jaar of drie procent van het jaarlijkse brutoloon (afhankelijk van wat het hoogste is). De pensioenrechten die de werknemer al opgebouwd heeft in de loop van het tweede voorafgaande jaar (N-2), worden van dat maximum afgetrokken. Op die manier blijft het VAPW beperkt tot werknemers met helemaal geen of met een een laag aanvullend pensioen.
De werkgever stort het bedrag van de inhoudingen in het pensioenplan. Daar houdt zijn verplichting op.
De bijdragen en de uitkering worden op dezelfde sociale en fiscale manier behandeld als werknemersbijdragen in een aanvullend bedrijfspensioen:

  • geen 8,86% werkgeversbijdrage, wel 4,4% verzekeringstaks geïnd en doorgestort door de pensioeninstelling;
  • belastingvermindering van 30% in hoofde van de werknemer, de bedrijfsvoorheffing zal hiermee reeds rekening houden;
  • een dubbele sociale bijdrage voor de uitkering: 3,55% ZIV-bijdrage en 0 tot 2% solidariteitsbijdrage;
  • belasting op het kapitaal aan 10% bij betaling op de normale pensioenleeftijd of bij overlijden.

Succes? Afwachten …

Het valt af te wachten of het VAPW veel werknemers zal verleiden, bedenkt SD Worx. Aangezien de werknemer zelf zijn aanvullend pensioen financiert, is een VAPW voor de werknemer minder interessant dan een groepsverzekering met (zelfs beperkte) werkgeversbijdragen. Ook de vergelijking met de derde pensioenpijler (pensioen- of langetermijnsparen) dringt zich op.

De vakbonden zijn in elk geval tegen: zij waarschuwen dat het VAPW werkgevers zal aanzetten om investeringen in het aanvullend pensioen af te bouwen en de verantwoordelijkheid naar de werknemers door te schuiven. Sommige pensioenexperten delen die mening.

Gevolgen voor werkgever

Op vraag van de individuele werknemer zal de werkgever de bijdragen van het nettoloon moeten inhouden en doorstorten aan de pensioeninstelling. De werkgever draagt verder geen administratieve of financiële verplichtingen.
Aangezien de werknemer zelf de pensioeninstelling kiest, kan een werkgever wel geconfronteerd worden met meerdere pensioeninstellingen.
Het VAPW zal ook mogelijk zijn voor contractuelen in de publieke sector.

Het voorontwerp van wet gaat nu naar de Raad van State, en moet nadien nog door het parlement besproken worden. De wet zal slechts in werking treden drie maanden na publicatie ervan in het Belgisch Staatsblad.  Vermoedelijk wordt dat ten vroegste begin 2019.

Bron: Bacquelaine.belgium.be, SD Worx