Ga naar de inhoud
Let op: Om de gebruikerservaring op deze site te verbeteren gebruiken we cookies.

Prestatieverloning en mobiliteitsbudget kunnen loontevredenheid verhogen

Prestatieverloning en mobiliteitsbudget kunnen loontevredenheid verhogen

De gemiddelde Vlaming is maar matig tevreden over zijn loon en loonpakket. Al zijn kaderleden gemiddeld een stuk tevredener. Onderzoekers van Vlerick stellen ook vast dat twee op de drie voorstander is van een vorm van prestatieverloning.

Professor Xavier Baeten en onderzoekster Bettina De Ruyck van de Vlerick Business School peilden in samenwerking met vacature.com de loontevredenheid van 3.622 loontrekkende Vlamingen. De steekproef vormt een doorsnede naar leeftijd en inkomensklasse.

Tevreden? Mwah...

Bij de vragen naar de tevredenheid over de huidige verloning, peilden de onderzoekers alle aspecten: vast loon, variabel loon, voordelen en het bedrijfsbeleid voor het toekennen van een loonsverhoging of bonus.

Er is een groot verschil in loontevredenheid tussen kaderleden (score van 4 op 5) en uitvoerende bedienden (3,4 op 5). Dat kaderleden vaker beloond worden op basis van prestaties, draagt blijkbaar bij tot hun tevredenheid.

Werknemers zijn niet zozeer ontevreden over het absolute niveau van hun salaris, de bonus of de voordelen, maar wel over de manier waarop salarisstijgingen en bonussen worden bepaald, of over het gebrek aan transparante communicatie hierover.

Mobiliteitsbudget

De elementen die het meest bijdragen aan de tevredenheid zijn:

  1. het aantal voordelen (verzekeringen, maaltijdcheques e.a., IT, bedrijfswagen en mobiliteit);
  2. het salarisniveau;
  3. een mobiliteitsbudget hebben.

Slechts 13% van de uitvoerende bedienden en 21% van de kaderleden beschikt over een mobiliteitsbudget. Ze kunnen daarbij vooral kiezen uit een fiets, een auto en een abonnement voor openbaar vervoer. Autodelen of fietsdelen komt minder vaak voor.

Opvallend: wie vandaag een keuzevrijheid inzake mobiliteit heeft, is daar zeer lovend over. Xavier Baeten ziet daar veel potentieel, want de relatief beperkte groep van werknemers die op vandaag een mobiliteitsbudget heeft, hecht daar wel zeer veel belang aan: "Een duidelijk signaal voor zowel overheid als werkgevers om hier sterker op in te zetten om de tevredenheid over de loonvorming te verhogen.”

Loon op basis van prestaties?

Indien werknemers zelf de keuze hadden voor de bepaling van de loonstijgingen, dan zou twee derde van de respondenten opteren voor individuele differentiatie op basis van prestaties (66%). Slechts één op de drie (34%) verkiest vaste barema’s.

Vooral kaderleden en uitvoerende bedienden zijn vragende partij voor zo’n systeem; arbeiders (55%) verkiezen veeleer dezelfde loonsverhoging voor iedereen.

Treffend is ook dat werknemers een groter gewicht toekennen aan collectieve criteria voor variabele verloning versus individuele prestaties.

Bijna 80% van de uitvoerende bedienden jonger dan 30 heeft een voorkeur voor prestatieverloning; bij 45-plussers is dat nog maar de helft.

Zeven op de tien loontrekkenden willen graag elk jaar een loonsverhoging.

“Gezien de uitgesproken voorkeur voor prestatieverloning, moeten we het debat durven voeren,” besluit Xavier Baeten. “Maar de vertaling naar de praktijk hoeft zeker niet zwart-wit te zijn.”

En ervaring?

Xavier Baeten pleit daarom voor een combinatie van het beste van twee systemen: “Ervaring telt nog altijd mee, maar dan alleen tijdens de eerste jaren in een nieuwe job, wanneer de werknemer de snelste leercurve doormaakt. Eens de medewerker de nodige ervaring verworven heeft, én een marktconform en vastgelegd maximumloon bereikt heeft, treedt een systeem van variabele verloning in werking. Meer verdienen kan dan nog altijd, maar hangt af van prestaties. Ook collectieve beloningsvormen kunnen een optie zijn. In dat geval kijkt de werkgever niet naar de prestaties van het individu, maar naar die van het team of het hele bedrijf. Onderzoek bevestigt dat de impact van zo’n collectief systeem een positiever effect heeft op de prestaties in vergelijking met individuele systemen.”