Ga naar de inhoud
Let op: Om de gebruikerservaring op deze site te verbeteren gebruiken we cookies.

Opleidingsverlof weldra strikt arbeidsmarktgericht

Opleidingsverlof weldra strikt arbeidsmarktgericht

De Vlaamse Regering bereidt een nieuw ontwerpdecreet voor inzake het Opleidingsverlof. Dit verlof, dat voor Vlaanderen het stelsel van Betaald Educatief Verlof (BEV) vervangt, zal enkel nog mogelijk zijn voor arbeidsmarktgerichte en loopbaangerichte opleidingen in de context van een loopbaanbegeleiding. Uit eigen cijfers leidt HR-dienstengroep Acerta af dat die herziening goed is voor zowel werknemer als werkgever.

Gemiddeld 58 uur afwezig

In 2017 maakte 1,97% van de werknemers gebruik van Betaald Educatief Verlof. Werknemers hebben het recht op een aantal uren afwezigheid en de werkgever betaalt hen door om de opleiding te volgen, te studeren, … Een deel van de loonkost betaalt de overheid terug. Tot nu toe hoefde de opleiding niet noodzakelijk relevant te zijn voor de job die de werknemer vandaag uitoefent, of voor een functie die hij of zij in de toekomst ambieert.

De werknemer kan, afhankelijk van de opleiding en de duur ervan, maximaal 80 (taalcursussen) tot 120 uur BEV opnemen. In de praktijk komen werknemers hier zelden aan: het gemiddeld aantal uren BEV dat werknemers nemen om een erkende opleiding te volgen, bedroeg 57,78 uur in het schooljaar 2017-2018. Dit aantal is al vijf jaar zo goed als constant.

15 procent minder werknemers op vijf jaar

Het gebruik van het stelsel educatief verlof daalt lichtjes de laatste jaren. In 2012 maakte 2,43% van de werknemers er gebruik van, vorig jaar was dat nog 1,97%, een daling met 15% op vijf jaar tijd. Dat geldt voor zowel mannen als vrouwen. Overigens doen dames tien procent méér beroep op het stelsel dan mannen.

Het verschil tussen arbeiders en bedienden is veel groter: arbeiders namen in 2017 dertig procent méér betaald educatief verlof op.

We zien ook duidelijk méér van dergelijke opleidingen in grote bedrijven. Dirk Wijns van Acerta oppert drie mogelijke verklaringen:

  • kleinere bedrijven voelen sterker de impact van een collega die er niet is;
  • in grote bedrijven is er een comité en/of een vakbondsafvaardiging en die kan het stelsel gebruiken via de erkenning van de algemene opleidingen van vakbonden;
  • misschien zijn groei en opleidingen beter ingebed in het werk.

Stap in de goede richting

In uitvoering van het akkoord van de Vlaamse sociale partners en de Vlaamse Regering in het Vlaams Economisch en Sociaal OverlegComité (VESOC) op 11 juli 2017 stond al een ontwerpdecreet inzake Opleidingsverlof op stapel. Recent besliste de Vlaamse Regering in uitvoering daarvan dat

  • werknemers jaarlijks op maximaal 125 uur betaald Opleidingsverlof aanspraak zullen kunnen maken;
  • alleen opleidingen erkend zullen worden die arbeidsmarktgericht of loopbaangerichte zijn en 
  • passen in een persoonlijk opleidingsplan (POP). 

Geloofwaardiger

Dirk Wijns van Acerta vindt het logisch dat indien de werkgever het educatief verlof mee moet financieren, dat de gevolgde opleiding relevant moet zijn voor de job die de werknemer vandaag uitoefent of in de toekomst in de organisatie zal krijgen. "Zo kan educatief verlof een onderdeel uitmaken van het hele opleidingstraject dat werkgever en werknemer overeenkomen. Dat is geloofwaardiger en verhoogt op termijn het draagvlak voor  educatief verlof in een organisatie. Het nieuwe ontwerpdecreet legt de link tussen de opleiding en de huidige functie wel en biedt zo een betere ondersteuning voor de werkgever. Met het oog op duurzame inzetbaarheid en gezien de dalende populariteit van educatief verlof is de herziening dus absoluut een goede zaak. Een win-win voor werkgever en werknemer.”

Brussel en Wallonië hebben nog geen initiatieven genomen om het huidige stelsel te vervangen of bij te sturen.

Bron: Acerta