Ga naar de inhoud
Let op: Om de gebruikerservaring op deze site te verbeteren gebruiken we cookies.

Nieuwe maatwerkdecreet bevordert inclusie en integratie

Het nieuwe Maatwerkdecreet trad op 1 januari in werking. Dat decreet wil werk en ondersteuning op maat bieden aan mensen die moeilijk een job vinden en hen zo naar het reguliere circuit laten doorstromen.

De hervorming vereenvoudigt de subsidievoorwaarden en de ondersteunende maatregelen voor ondernemingen in de sociale economie en stemt ze beter op elkaar af. 135 sociale-economiebedrijven of maatwerkbedrijven stellen samen meer dan 31.000 mensen tewerk. Dat zijn medewerkers die niet in het ‘reguliere’ arbeidscircuit terechtkunnen, want ze hebben 'een afstand tot de arbeidsmarkt'. De twee grootste takken binnen de sociale economie zijn de beschutte en de sociale werkplaatsen. In de beschutte werkplaatsen werken vooral medewerkers met een cognitieve beperking. Zij zijn vooral actief in industriële activiteiten. In sociale werkplaatsen zijn veeleer werknemers met een psychosociale problematiek aan de slag. Deze organisaties zijn eerder dienstverlenend van aard, bijvoorbeeld in maaltijdbedeling, sociale restaurants, poetsdienst en groenzorg.

Hokjesdenken verdwijnt

Tim Vannieuwenhuyse is algemeen directeur bij Groep WAAK, Maatwerkbedrijf in het Westvlaamse Kuurne. WAAK telt 1.950 medewerkers. De vijf afdelingen zijn metaal & assemblage, elektrische bedradingssystemen, conditionering & logistiek, green & clean en inHouse. Vannieuwenhuyse ziet de wijzigingen van het decreet positief. “Ik ontvang de vernieuwing met open armen. Eerst en vooral verdwijnt het hokjesdenken. Hoe het komt dat iemand een afstand heeft tot de arbeidsmarkt, is niet meer van tel. De afstand wordt gewoon bepaald en de compensatie daarvoor vastgelegd. De betrokkene kan aan het werk en in om het even welk type bedrijf meedraaien. Het betreft nu gewoon een persoon die met zijn rugzakje op stap gaat. Omdat de tussenschotten zijn verdwenen, betekent voor ons wel dat medewerkers ons sneller kunnen verlaten. Anderzijds is er meer transparantie naar andere bedrijven. Iedereen kan nu een maatwerkafdeling opstarten. Dat bevordert inclusie en integratie. Ik sta daar enkel positief tegenover.”

Evolutie mogelijk

Ook positief vindt Vannieuwenhuyse de mogelijkheid tot evolutie. “Medewerkers kunnen doorheen de tijd zwakker of sterker worden. Vroeger had je gradaties in de doelgroep en de evaluatie werd vastgelegd voor het leven. Nu evalueren we hen geregeld opnieuw. De afstand tot de arbeidsmarkt kan variëren en daarmee ook de compensatie. Dat zorgt ervoor dat een medewerker stilaan zijn afstand kan overbruggen en gemakkelijker doorstroomt naar een regulier bedrijf. Wie klaar is om door te stromen kan dat en dat is positief. Omgekeerd ook kan wie sneller evolueert naar een grotere handicap, door het her-inschalen een grotere compensatie krijgen, waardoor hij langer kan doorwerken.”

Compensatie

Niet onbelangrijk is het marktgegeven, zegt de algemeen directeur. “Vroeger waren sociale werkplaatsen gebonden aan een activiteit die ze moesten aanvragen aan de Sociaal-Economische Raad van de Regio. Wie een nieuwe activiteit wou opstarten, moest dat laten goedkeuren. Nu beschouwen ze ons als een gewoon bedrijf dat zelf beslist welke activiteit het opstart. Belangrijk vind ik verder dat het de persoon zelf is die een compensatie krijgt voor zijn rendementsverlies en zijn nood aan begeleiding. Het gaat niet meer over subsidies voor gebouwen, machines of vervoermiddelen. Dat vind ik eerder goed dan jammer, omdat dat tot een eerlijkere concurrentie leidt met reguliere bedrijven. We hebben een ‘level playing field’ en dat speelveld wordt transparanter.”

Complexere taken

Een andere grote speler is Bewel, een maatwerkbedrijf gespecialiseerd in repetitieve taken variërend van logistiek - verpakken, assemblage en montage evenals cleanroom - tot textielconditionering, stikken, groenonderhoud en zeefdruk. Met 2.000 medewerkers en negen vestigingen, verspreid over de provincie, is Bewel de derde grootste werkgever én het grootste productiebedrijf van Limburg. Johan Bongaerts, algemeen directeur van Bewel, ziet nu de kans om makkelijker medewerkers met een psychosociale problematiek, vluchtelingen en langdurig werkzoekenden te rekruteren. "Dit betekent dat we moeilijkere opdrachten aankunnen. Met een bredere dienstverlening spelen we in op de vraag van klanten naar ondersteuning bij complexere taken."

Maatwerk

De komende maanden gaat Bewel volop op zoek naar deze medewerkers. “In Limburg zijn er zo’n 1.500 mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt op zoek naar werk. En de komende jaren komen daar nog een 1.500-tal jongeren bij, die momenteel nog op de schoolbanken zitten. In september draaien al 25 stagiaires uit het BUSO-onderwijs mee. Daarnaast rekenen we op instroom via VDAB en GTB. Maar we komen zelf ook uit ons kot, om ons als aantrekkelijke werkgever in de markt te zetten. De term ‘maatwerkbedrijf’ roept alvast veel positievere gevoelens op dan ‘beschutte werkplaats’. En de vlag dekt de lading beter. Want maatwerk is exact wat we doen: ingewikkelde processen opdelen in eenvoudige repetitieve taken, zodat onze mensen werk op hun maat uitvoeren.”

Enclavewerking

Bewel is ook koploper op het vlak van begeleiding in enclavewerking. “Vijfendertig procent van de medewerkers werken bij klanten”, zo stelt Johan Bongaerts. “We zijn dus al een heel eind op weg naar doorstroom richting reguliere economie. En dat is een van de belangrijkste doelstellingen van het decreet. De lat ligt daar hoog. Doorstomen is niet haalbaar voor iedereen. Maar Bewel is al heel intensief bezig met persoonlijke ontwikkelingsgesprekken. Aangezien een op de drie Bewel-medewerkers in enclaves werkt, draaien die gemiddeld 50,76 dagen mee op de werkvloer bij klanten. Het gemiddelde in de Vlaamse sociale economie ligt op 28,36 dagen.”