Ga naar de inhoud
Let op: Om de gebruikerservaring op deze site te verbeteren gebruiken we cookies.

Mobiliteitsbudget moet mobiliteitsvergoeding doen vergeten

Mobiliteitsbudget moet mobiliteitsvergoeding doen vergeten

De Kamer keurde recent het mobiliteitsbudget goed. Het zal volgens Acerta wellicht succesvoller zijn dan zijn voorganger, de 'mobiliteitsvergoeding' of 'cash for car'. Die laatste haalde slechts 65 van de honderdduizend bedrijfswagens of nauwelijks 0,065% van de weg.

Acerta verwacht meer animo voor het mobiliteitsbudget dat normaal op 1 maart in werking treedt. Bij ex-autohandelaar Karel Cardoen zijn de verwachtingen minder hoog gespannen. Die vindt de regeling te complex en zou het veel eenvoudiger vinden om maar meteen de tankkaart af te schaffen.

Mobiliteitsvergoeding of “cash for car”

Dirk Wijns, director Acerta Consult, begrijpt dat de mobiliteitsvergoeding (ingevoerd op 1 januari 2018) niet erg geslaagd is. De werknemer die er voor kiest, doet afstand van zijn firmawagen en moet voortaan zelf al zijn verplaatsingen en deze van zijn gezin financieren. "Een tussenkomst van de werkgever in de woon-werkverplaatsing is bovendien uit den boze.”

Het bedrag van de mobiliteitsvergoeding wordt vastgesteld op basis van de catalogusprijs van de wagen die ingeleverd wordt. De formule is catalogusprijs X 6/7e X 24% (20% indien de werknemer over geen tankkaart beschikte). Op de mobiliteitsvergoeding betaalt de werknemer nog belastingen.

Rekenvoorbeeld mobiliteitsvergoeding

Acerta geeft een rekenvoorbeeld op basis van een Volvo XC40 D3 XC40 150PK 5d/p MAN6, diesel. Die heeft een CO²-uitstoot van 128 g/km en een catalogusprijs (btw incl.) van 34.822 euro.  

De mobiliteitsvergoeding bedraagt in dat geval 7.163,38 euro/jaar (niet afhankelijk van het aantal gereden kilometers). De werknemer betaalt hierop een belasting (aan marginaal tarief) van 638,74 euro/jaar. Netto vertegenwoordigt deze mobiliteitsvergoeding dus 6.524,64 euro/jaar of 543,72 euro. Met deze vergoeding moet de werknemer zowel de verplaatsing tussen de woonplaats en de werkplaats financieren alsook alle andere private verplaatsingen die hij voordien met de bedrijfswagen aflegde.

Mobiliteitsbudget zal succesvoller zijn

Director Acerta Consult Dirk Wijns: "Vergeleken met de cash for car-regeling is het  mobiliteitsbudget een meer geavanceerde maatregel. De werknemer krijgt een mobiliteitsbudget dat veelal hoger zal liggen dan wat hij als bruto mobiliteitsvergoeding kan ontvangen. Hij kan hiermee allereerst kiezen voor een elektrische of CO²-arme wagen die de werkgever hem ter beschikking kan stellen. In de mate dat het mobiliteitsbudget hiervoor niet is gebruikt, kan hij het er andere duurzame vervoermiddelen mee financieren. Enkel het deel van het budget dat op het einde van het jaar niet is opgebruikt, wordt hem uitbetaald na een inhouding van 38,07%. Indien werkgevers inderdaad een CO²-zuiniger wagen kunnen en willen aanbieden aan hun werknemers die van het mobiliteitsbudget gebruik willen maken, zal het mobiliteitsbudget succesvoller worden dan de cash for car-regeling.”

Met het bruto mobiliteitsbudget kan de werknemer zelf zijn duurzame mobiliteit organiseren. Alleen wat hij niet besteed heeft, wordt onderworpen aan een inhouding.  Een belangrijk verschil met de mobiliteitsvergoeding die wel direct een belasting ondergaat. 

Vloten vergroenen

Het mobiliteitsbudget wil de vloten ook vergroenen. Idealiter worden klassieke firmawagens vervangen door elektrische of auto's die voldoen aan strenge emissienormen. Het goedgekeurde wetsontwerp beperkt de uitstoot tot 105 g/km in 2019, tot 100 g/km in 2020 en tot 95 g/km vanaf 2020.

Wordt het budget hiervoor niet gebruikt, dan kan de werknemer het brutobedrag aanwenden voor de financiering van zijn mobiliteit met duurzame vervoersmiddelen. Ook huurgelden of intresten van een hypothecaire lening van een woning binnen een straal van vijf kilometer van de werkplaats worden gelijkgesteld met een duurzaam vervoermiddel.

Rekenvoorbeeld met mobiliteitsbudget

Vertrekkend van het eerdere rekenvoorbeeld van de Volvo  XC40 komt Acerta tot het volgende scenario.

Werkgever en werknemer sluiten een akkoord over de toekenning van het mobiliteitsbudget. Op basis van de totale gebruikskost van de XC40, bedraagt dit 11.616 euro per jaar.

De werknemer kiest ervoor dat zijn werkgever een kleine benzinewagen met een CO-uitstoot van 94 g/k ter beschikking stelt. De totale kost van deze wagen voor de werkgever bedraagt op jaarbasis  9.270 euro. De werknemer kan deze 'groenere' firmawagen nog altijd gebruiken voor al zijn verplaatsingen. De werkgever mag ook in dit geval een tankkaart ter beschikking stellen.

Met het saldo kan de werknemer zich nog een leasefiets aanschaffen van bv. 75 euro/maand. In dat geval houdt hij nog 1.446 euro over die de werkgever hem op het einde van het jaar na een inhouding van 38,07% moet uitbetalen. Het saldo van 895,51 euro kan de werknemer vrij besteden en is niet belastbaar.