Ga naar de inhoud
Let op: Om de gebruikerservaring op deze site te verbeteren gebruiken we cookies.

Mobiliteit speelt bedrijven steeds meer parten

Mobiliteit speelt bedrijven steeds meer parten

Het mobiliteitsprobleem houdt Sebastian Delfosse, HR-directeur bij ManpowerGroup, bezig. Naast het fiscale aspect van bedrijfswagens baart vooral de bereikbaarheid van bedrijven via het openbaar vervoer hem kopzorgen.

Sebastien Delfosse is een atypische HR-directeur. Dat licht hij toe terwijl hij de zwarte Renault Scenic dCi 130 de Brusselse ring opstuurt. “Naast HR en legal director voor België en Luxemburg, werd ik recent ook verantwoordelijk voor sales en operations in beide landen en voor de sociale relaties op Europees niveau. Ik werk dus in een matrix-rol. Maar wat ik doe, is exact wat ik zocht. HR moet aansluiten op de verkoop en de operaties want wij moeten hen de juiste profielen en talenten bezorgen. Mijn opdracht binnen de verkoop verrijkt mijn blik als HR-directeur. Het is heel apart om HR te leiden in een HR-bedrijf. Daarom onderhoud ik ook graag contacten met klanten.”

Paradox
De HR-specialist merkt op dat de Renault bij het optrekken niet laat vermoeden dat er “slechts” een 1.6 diesel onder de motorkap zit: “Zelf rij ik met een zwaardere motor. Ik koos voor een Audi Q7 omdat ik met mijn gezin met drie kinderen veel plaats nodig heb. Zelf leg ik graag de vele kilometers comfortabel af op mijn traject naar Luxemburg. Privé is de wagen vooral een taxi voor mijn gezin naar hockeywedstrijden en verjaardagsfeestjes. Toch is het wat paradoxaal een grote wagen te hebben voor trajecten die je meestal alleen aflegt. Het is wat onevenwichtig.”

Mobiliteit
De bedrijfswagen en vooral mobiliteit houden Sebastien Delfosse sterk bezig. Het Amerikaanse management begrijpt niet steeds zo goed wat de firmawagen betekent in een land als België, stelt hij vast. “De bedrijfswagen is een fenomeen dat in andere landen niet voorkomt. Het is moeilijk om bij ons een alternatief te voorzien. Het fiscale aspect is een eerste grote rem. Vaak krijgen jonge medewerkers een bedrijfswagen terwijl ze die helemaal niet nodig hebben. Maar iets anders in de plaats geven is duur. Ik hoop dat het mobiliteitsbudget en de cash for cars-oplossing veel zullen veranderen, maar ik vrees van niet. Ik geloof niet dat de ingesteldheid sterk gaat veranderen. We geven al vier jaar de mogelijkheid aan onze collega’s om ofwel geen, ofwel een lagere categorie van wagen te kiezen. Maar in compensatie financieel vergoed worden, is fiscaal niet interessant. Anderzijds hebben bij ons heel wat mensen een wagen nodig om naar de klant te gaan. Voor supportfuncties is een wagen niet echt verantwoord vanuit een bedrijfsnood. Het is vaak louter een middel om op hun werk te geraken.”

Openbaar vervoer
Dat brengt Sebastien Delfosse bij zijn tweede en grootste probleem. Hij ziet heel wat problemen rond de bereikbaarheid van bedrijven via het openbaar vervoer. Hij begint bij zichzelf. “Ik woon op 16 kilometer van het werk en begin ’s morgens om 6 uur te werken om files te vermijden. ’s Avonds doe ik met de wagen vaak een uur over die 16 kilometer, maar het openbaar vervoer is geen alternatief. Dat kost me twee bus- en twee metroritten en anderhalf uur tijdsverlies. Het probleem speelt ons steeds meer parten. Recent verliet een tevreden manager ons om dichter van huis te werken. We laten mensen wel van thuis of vanuit satellietkantoren werken om tijdsverlies te vermijden. Dat is een sterk argument om mensen aan te trekken.”

Statussymbool
De wagen houdt Sebastien Delfosse sterk bezig. Hij stelt vast dat heel wat mensen de bedrijfswagen nog steeds als een statussymbool beschouwen. “Jongeren zijn er iets minder op gebrand. Maar bij dertigers speelt het gegeven sterk. Medewerkers zien vaak de wagen als een bevestiging voor vrienden en kennissen. De wagen kan dan niet groot genoeg zijn. Onze collega’s in andere landen kennen dat probleem niet en begrijpen dat niet. Anderzijds mocht de regering wat mij betreft wat verder gegaan zijn in haar aanpak. Cash for cars geldt enkel voor wie zijn wagen inlevert. De prioriteit had moeten liggen bij jonge starters die nog de gewoonte niet hebben over een firmawagen te beschikken. Je zou hen een lager belast stuk loon moeten geven. Zo moeten we nadien de ingesteldheid niet veranderen.”

Voorbeeld geven
Sebastien Delfosse gelooft in de voorbeeldfunctie van het management. Hij werkte een jaar in Duitsland en zag daar directeurs hun wagen inruilen voor een mobiliteitsbudget. “Dat zijn voorbeelden die aanslaan bij de medewerkers. Dat geldt ook voor onze eigen CEO. Hij gelooft in het cash for cars-principe. Hij koos voor een lagere categorie en geeft op die manier het goede voorbeeld. Dat creëert een andere perceptie.”

Ondertussen parkeert de HR-directeur de geruisloze Scenic terug voor het bedrijf. Hij prijst het vlotte sturen van de veel gekozen bedrijfswagen. “Het enige waaraan ik me wat moet aanpassen is de beperkte visibiliteit met de kleine zijraampjes vooraan. Het lijkt me verder vooral een ruime wagen, met drie brede zitplaatsen achteraan. Voor jonge gezinnen en onze agentschapsmanagers een geschikt vervoermiddel. Hij is bovendien mooi afgewerkt.”