Ga naar de inhoud
Let op: Om de gebruikerservaring op deze site te verbeteren gebruiken we cookies.

Langdurig ziekteverzuim stijgt met 20% in 4 jaar

Langdurig ziekteverzuim stijgt met 20% in 4 jaar

Dat stelt Acerta vast na een analyse van de gegevens van werknemers in dienst bij meer dan 40.000 werkgevers de voorbije vier jaar. Kortstondig, middellang en lang ziekteverzuim, het vreet aan de capaciteit van bedrijven.

Het hoogste percentage niet-gepresteerde werkbare uren komt van medewerkers die langer dan een jaar ziek zijn en dat percentage is de voorbije vier jaar blijven stijgen. Onlogisch is dat niet: iemand die langer dan een jaar ziek is en ziek blijft, telt in de statistieken jaar na jaar mee. 

Peter Tuybens, Director Acerta Consult: ”Voor 2017 komen we aan een percentage ziekteverzuim van meer dan 1 jaar van 2,76%. Een stijging met 19,1% in vier jaar tijd. In de categorie arbeiders van 60-64 jaar, werd in 2017 een vierde (25,18%) van de uren niet gepresteerd wegens ziekte, langer dan 1 jaar. 7,33% van de arbeidsuren van alle  vrouwelijke arbeiders en 3,46% van de arbeidsuren van mannelijke arbeiders worden al jaren omgezet in langdurig ‘ziek’. Voor de mannelijke bedienden gaat het over 0,91% langdurig zieken; de bedienden vrouwen hebben een afwezigheidspercentage langdurige ziekte van 2,06%. Daar zitten vast mensen bij die op een nieuwe, haalbare kans zouden ingaan als ze hiertoe aangemoedigd worden.”

Grote bedrijven zijn meer verzuimgevoelig dan kleine bedrijven

Acerta stelt vast dat het ziekteverzuim in Belgische ondernemingen zeer afhankelijk is van de omvang van de onderneming. In de kleinste ondernemingen (met minder dan 5 werknemers in dienst) is de werknemer het minst afwezig. Alle afwezigheden als gevolg van ziekte of ongeval samengeteld bedragen er 4,49% van het aantal arbeidsdagen. Naargelang de onderneming groeit, stijgt ook het ziekteverzuim; bij de ondernemingen met meer dan 500 werknemers in dienst bedraagt het verzuimpercentage 8,58% of bijna het dubbel van dit van de kleinste ondernemingen.

Minst kortstondig ziekteverzuim bij 55-plussers

Het kortstondig ziekteverzuim, i.e. korter dan 1 maand, is de voorbije 4 jaar met 5,11% gestegen, van 2,17% van alle werkbare uren naar 2,28% in 2017, berekent Acerta. Vertaald in arbeidsdagen betekent dit dat gemiddelde elke voltijdse werknemer bijna 6 dagen per jaar kortstondig ziek is.

Het hoogste percentage kortstondig ziekteverzuim vind je bij vrouwelijke arbeiders: 3,51% niet-gepresteerde uren. Tegelijk is de categorie van vrouwelijke arbeiders wel de traagst stijgende. Het laagste cijfer inzake kort verzuim vind je bij de mannelijke bedienden. Zij zijn 1,55% van de tijd afwezig wegens ziekte. Echter deze categorie noteert wel de hoogste stijging inzake kort ziekteverzuim, namelijk een stijging van 8,38%.
Verrassing als we het ziekteverzuim onderzoeken in functie van de leeftijd van de werknemer. Bij de werknemers tussen 30 en 35 jaar bij wie het korte ziekteverzuim het hoogste piekt. Hun percentage ziekte-uren komt zelfs 11,8% hoger uit dan dat van 55-plussers, die het met 2,15% beter doen dan gelijk welke jongere leeftijdsgroep.

Middellang ziekteverzuim laagste en stagnerend

Ziekteverzuim van langer dan een maand maar korter dan een jaar – middellang ziekteverzuim - is er de oorzaak van dat 1,72% van de werkbare uren niet wordt gepresteerd. Dat is het laagste percentage van alle drie de ziekteperiodes die we onderscheiden (kort, middellang en lang). Anders dan bij het kortstondige verzuim stijgt het middellange verzuim wel met de leeftijd tot de leeftijd van 55 jaar. Zo vertegenwoordigt  deze vorm van verzuim 0,77% van het theoretisch aantal arbeidsuren in de leeftijdscategorie 20 tot minder dan 25 jaar, maar stijgt dit tot 2,29% in de leeftijdscategorie 50 tot  minder dan 55 jaar.  Daarna daalt deze vorm van verzuim.

Bron: persbericht Acerta