Ga naar de inhoud
Let op: Om de gebruikerservaring op deze site te verbeteren gebruiken we cookies.

Kloof van 75% tussen bediendeloon 55-plussers en 25-jarigen

Kloof van 75% tussen bediendeloon 55-plussers en 25-jarigen

Bedienden ouder dan 55 jaar krijgen ruim driekwart meer loon dan hun jongere collega’s. Dat blijkt uit een vergelijking van de voltijdse brutolonen van bedienden van 25 jaar met die van bedienden van 55 jaar door HR-dienstverlener Acerta. Tussen de sectoren zijn er nog grotere verschillen.

Het gemiddelde bediendeloon van een 55-jarige uit de profit is 76,38 % hoger dan dat van een 25-jarige collega. Met andere woorden, voor elke 100 euro die de 25-jarige krijgt, krijgt de 55-jarige 176,38 euro. Annelies Baelus, director Acerta Consult, ziet verschillende oorzaken:

  • een 55-jarige zal in de dertig jaar ervoor een functie-evolutie hebben doorgemaakt;
  • zijn/haar verantwoordelijkheden zullen toegenomen zijn overeenkomstig de opgedane ervaring;
  • de anciënniteitsverhoging leidt oer de jaren te dikwijls tot een quasi automatische loonstijging.

Dertig jaar anciënniteitsverhoging weegt zwaar

Acerta kwam er eerder al op uit dat werkgevers oordelen dat  de ‘waarde’ van een werknemer de eerste jaren inderdaad toeneemt, maar dat die toename niet zo lineair loopt en niet zo voortdurend is als het systeem van anciënniteitsverhogingen suggereert. Annelies Baelus: “Het automatisme van de anciënniteitsverloning strookt ook niet met de huidige trend om dingen 'op maat' te organiseren. We leven in een wereld met grote vrijheden, met mondige, kritische mensen, met een doorgedreven individualisering. Dan wordt iets als een anciënniteitsverhoging al snel een blok aan het been. Zowel voor werkgevers, die ook een werknemer die niet gegroeid is in zijn job, een loonsverhoging moeten geven, als voor werknemers die misschien extra vooruitgang hebben geboekt, maar zich toch moeten schikken in een 'normale' anciënniteitsstap." Zo wordt het moeilijk voor bedrijven om "kort op de bal te spelen.”

Herontdekking van de 55-plusser

Vroeger stonden de hogere lonen van 55-plussers diezelfde 55-plussers weleens in de weg bij het vinden van een nieuwe job. Vandaag heeft de arbeidsmarkt door de arbeidskrapte onze 55-plussers herontdekt. Annelies Baelus: “Er zijn met de war for talent weer meer opportuniteiten voor oudere bedienden om hun kennis en ervaring uit te spelen én die ook letterlijk te gelde te maken. Ook dat zit in de 76% die ouderen meer verdienen dan de jongste collega’s. Uit eerder onderzoek van Acerta blijkt evenwel dat de instromende 55-plusser verhoudingsgewijs een minder hoog loon heeft dan zijn collega’s die in dienst zijn gebleven van hun werkgever .”

Grotere bedrijven, meer doorgroeimogelijkheden, meer loongroei

De loonkloof tussen 25- en 55-jarige bedienden is groter in grote bedrijven. Annelies Baelus vindt dat logisch: "Kleine ondernemingen hebben veelal een vlakkere structuur, dus zijn de doorgroeimogelijkheden er kleiner. En deze doorgroei loopt natuurlijk parallel met de groei in leeftijdsjaren. De grotere loonkloof tussen jongeren en ouderen in grotere bedrijven  mogen we dan ook deels toeschrijven aan de grotere doorgroeimogelijkheden in grotere bedrijven.”

In social profit “maar” de helft erbij

De doorgroeimogelijkheden in de social profit zijn vrij strak georganiseerd. Daar wordt meer met vaste functieklassen gewerkt en er is een minder grote differentiatie op functieniveau. Tegelijk voorziet de baremastructuur van de lonen in de social profit ook minder evolutie dan in de profit. Die beide feiten leiden er logischerwijze toe dat de loonkloof tussen verschillende leeftijden in de social profit kleiner is dan in de profit: het gemiddelde loon van een 55-jarige bediende in de social profit is 48% hoger dan het gemiddelde loon van zijn/haar 25-jarige collega. Dat is zo’n 30 procentpunt lager dan het verschil in de profitsector.

Leeftijdsgebonden loonkloof PC200 onder gemiddelde

Binnen de profitsector zijn er ook nog verschillen. Profitsectoren met een groter dan gemiddelde loonkloof, dus meer dan 76% erbij voor de 55-jarigen vs. de 25-jarigen, zijn bijvoorbeeld de Bank- en de Verzekeringssector. Die sector noteert een verschil van loon maal twee. Ook de Chemie en de sector Metaal tekenen een bovengemiddeld verschil op. Sectoren binnen de profit met een lager dan gemiddelde loonkloof zijn onder meer het  Aanvullend Nationaal Paritair Comité voor Bedienden (PC200) en de Distributie, met voor die laatste een loonverschil van slechts 15%.