Ga naar de inhoud
Let op: Om de gebruikerservaring op deze site te verbeteren gebruiken we cookies.

Het mobiliteitsbudget: wat zijn de voordelen voor de werknemers?

Het mobiliteitsbudget: wat zijn de voordelen voor de werknemers?

Op maandag 3 december 2018 heeft de regering in de Kamer van Volksvertegenwoordigers een wetsvoorstel betreffende de invoering van een mobiliteitsbudgetingediend. Dit voorstel zou op 1 januari 2019 in werking moeten treden. Met dit wetsvoorstel wil de regering een 'modal shift' op gang brengen: een mentaliteitswijziging in de manier waarop een werknemer pendelt tussen zijn woning en zijn werkplek.

Ter herinnering: sinds de wet van 30 maart 2018 betreffende de invoering van een mobiliteitsvergoedingkunnen werknemers die aan bepaalde voorwaarden voldoen hun bedrijfswagen inruilen voor alternatieve vervoermiddelen. In ruil krijgen ze dan een geldsom.

Het mobiliteitsbudget verschilt wezenlijk van de mobiliteitsvergoeding. Terwijl de mobiliteitsvergoeding werkt volgens het principe 'alles of niets', moet een werknemer niet afzien van een bedrijfswagen om in aanmerking te komen voor het mobiliteitsbudget. Hij moet evenmin kiezen tussen een bedrijfswagen en alternatieve vervoermiddelen. Het mobiliteitsbudget is namelijk gebaseerd op drie pijlers waaruit de werknemer vrij kan kiezen. Deze pijlers zijn bovendien combineerbaar.

Welke opties heeft de werknemer? Het wetsvoorstel legt drie opties voor die allemaal een eigen fiscale en sociale behandeling krijgen. De werknemers kunnen kiezen voor:

PIJLER 1

Een milieuvriendelijke bedrijfswagen: een elektrische wagen of een voertuig dat de ecologische criteria in het wetsvoorstel naleeft

De gewone fiscale of sociale behandeling van een bedrijfswagen

EN/OF

PIJLER 2

Alternatieve en duurzame vervoermiddelen: 'zachte mobiliteit' (allerlei soorten fietsen en motorrijwielen die niet sneller rijden dan 45 km per uur en motorrijwielen die sneller rijden dan 45 km per uur op voorwaarde dat ze uitsluitend elektrisch zijn), het openbaar vervoer, georganiseerd collectief vervoer, gedeeld vervoer (inclusief taxi's en andere formules voor de verhuur van voertuigen met chauffeur) en huisvesting in de buurt van de werkplek.

Volledig vrijgesteld voor de werknemer en volledig aftrekbaar voor de werkgever

EN/OF

PIJLER 3

Het volledige budget in contanten of het saldo dat overblijft na aftrek van de eventuele uitgaven in pijlers 1 en 2.

Bijzondere bijdrage van 38,07 procent voor de werknemer

Hoeveel bedraagt het mobiliteitsbudget? Het bedrag van het mobiliteitsbudget wordt berekend op basis van de jaarlijkse brutokosten van een bedrijfswagen waar de werknemer normaal recht op had, inclusief de fiscale en parafiscale lasten en de kosten die verband houden met dit voertuig (financiering, brandstof, bijdrage enzovoort).

Dankzij het mobiliteitsbudget kan de werknemer dus een milieuvriendelijke bedrijfswagen financieren, met het resterende bedrag van het budget duurzame vervoermiddelen gebruiken en eventueel het niet-gebruikte deel van dit budget een keer per jaar in contanten ontvangen. Met een bijzondere bijdrage van 38,07 procent voor de werknemer probeert de regering werknemers wel te ontmoedigen om te kiezen voor de derde pijler.

Voor wie geldt dit? Het systeem van het mobiliteitsbudget hangt af van de bereidheid van de betrokkenen. Als bepaalde voorwaarden zijn vervuld, kan de werkgever een mobiliteitsbudget invoeren voor alle werknemers of voor een deel van hen. De werknemer moet ook voldoen aan bepaalde voorwaarden om zo'n budget te kunnen aanvragen.

Conclusie: een werknemer kan dankzij het mobiliteitsbudget kiezen voor een milieuvriendelijke auto en bovendien alternatieve vervoermiddelen gebruiken. Het mobiliteitsbudget biedt werknemers dus veel meer flexibiliteit. Maar als een werknemer ervoor kiest om definitief af te zien van zijn bedrijfswagen en uitsluitend een vergoeding wil ontvangen, is een mobiliteitsvergoeding interessanter. Voor deze vergoeding geldt namelijk een gunstiger fiscaal en sociaal systeem dan voor de derde pijler van het mobiliteitsbudget.

Het wetsvoorstel van 3 december 2018 treedt normaal gezien in werking op 1 januari 2019.