Ga naar de inhoud
Let op: Om de gebruikerservaring op deze site te verbeteren gebruiken we cookies.

Duaal leren in hoger en volwassenenonderwijs: bruggen bouwen naar ondernemingen

Duaal leren in hoger en volwassenenonderwijs: bruggen bouwen naar ondernemingen

Duaal leren is een leermethode waarbij het aanleren van algemene en beroepsspecifieke competenties verdeeld is over een opleidingsinstelling en een werkplek bij een onderneming. Het is een methode die zich snel kan aanpassen aan maatschappelijke veranderingen, omdat ze vertrekt vanuit samenwerking tussen de bedrijfswereld en onderwijs. Daardoor wordt vermeden dat het opleiden in een vacuüm gebeurt dat veraf staat van de reële wereld. Momenteel is duaal leren enkel gereglementeerd voor leerplichtigen in het technisch en beroepsonderwijs, maar duaal kan ook een meerwaarde bieden in het hoger en volwassenenonderwijs, met de volgende drie aandachtspunten:

1. Iedereen kan op elk moment voor duaal leren kiezen binnen een uitgebouwd systeem.

Het moet mogelijk zijn voor alle doelgroepen: (aso-)leerlingen, studenten, cursisten, werkzoekenden, werknemers én ondernemers die niet de nodige (soft) skills of kwalificaties hebben voor huidige of nieuwe functies. Internationaal onderzoek[1] toont dat, in landen met een sterk uitgebouwd duaal systeem, mensen na een duaal traject sneller een job vinden dan na een klassiek traject. Het moet dus een optie worden op alle onderwijsniveaus waarbij er oog is voor starters én voor ervaren volwassenen die willen bijscholen. Voor hen is terug voltijds leren op de schoolbanken geen aantrekkelijke optie, zeker niet in een werk-gezincombinatie[2].

Een duaal traject, daarentegen, biedt de kans om te blijven werken én te leren op hetzelfde moment. Als dat traject meerdere werkplekken aanbiedt, is het de ideale methode om levenslang en transversaal te leren. Aanpassingsvermogen en andere soft skills worden beter geleerd in echte werksituaties dan in het klaslokaal of gesimuleerde werksituaties[3]. Kortom; voor goede resultaten, moet duaal leren worden uitgewerkt voor alle niveaus en doelgroepen, dus ook voor volwassenen in het hoger onderwijs.

2. Duaal uitrollen vraagt om een uniform, transparant én flexibel beleid.

Aan de ene kant moet er continuïteit zijn over wat duaal is over de onderwijsniveaus heen. Als een lerende, opleidingsinstelling of onderneming voor duaal kiest, mag dat niet radicaal anders zijn in het secundair dan in het hoger of volwassenenonderwijs. Een breed gedragen definitie, een uniform statuut voor alle lerenden, maatregelen voor optimale doorstroom en een goed kwaliteitskader zijn essentieel.

Aan de andere kant hebben niet alle doelgroepen dezelfde noden, waardoor flexibiliteit nodig is. Concreet kan men nadenken over (hogere) verloningen voor werknemers, ervoor zorgen dat werkzoekenden geen uitkeringen mislopen, trajecten op maat met (deel)kwalificaties en/of e-learning aanbieden, en tegelijkertijd de kosten-batenefficiëntie op het vlak van productie en verloning voor de ondernemers bewaken. Om de continuïteit te bewaren en breed gedragen regels te bekomen, zijn parallelle organen per doelgroep of onderwijsniveau niet aangewezen. Het Vlaams Partnerschap Duaal Leren, dat de verschillende partijen voor duaal in het secundair samenbrengt, kan worden uitgebreid naar de andere onderwijsniveaus om zo te profiteren van de huidige expertise en dynamiek.

Duaal ontstaat uit cocreatie in partnerschappen binnen een ecosysteem.

Voor een goede afstemming met de arbeidsmarkt spreekt het voor zich dat ondernemingen en sectoren de opleidingen mee vormgeven in cocreatie. Daarvoor is een gedeelde verantwoordelijkheid van alle actoren vereist, net zoals partnerschappen en lerende netwerken tussen de verschillende actoren. Door onderzoekscentra actief te betrekken in deze partnerschappen kan men evidence-based beslissingen nemen.

De gewenste rol van de overheid hierin is het faciliteren van de partnerschappen en het coördineren van het ecosysteem met oog voor de kwaliteitsnormen van nu en de arbeidsmarktveranderingen van morgen. Een bijkomende rol is digitalisering promoten voor verhoogd en gepersonaliseerd leerrendement, een betere (administratieve) ondersteuning en een drempelverlagende regelgeving om zoveel mogelijk actoren te laten participeren.

[1] OECD (2016): Is more vocational education the answer?

[2] Van Damme (2018)

[3] OECD (2018): 7 Questions about Apprencticeships