Ga naar de inhoud
Let op: Om de gebruikerservaring op deze site te verbeteren gebruiken we cookies.

Diploma’s zijn hopeloos achterhaald

Diploma’s zijn hopeloos achterhaald

In het onderwijs werk je continu naar een handvol verplichte mijlpalen. Volgens Harold Bekkering, als hoogleraar verbonden aan de Radboud Universiteit Nijmegen, zijn diploma’s slechts een vorm van gemakzucht. Onderwijs zou veel meer moeten gaan over wat een individu kán en wíl leren. Vanuit de cognitieve neurowetenschap kijkt Bekkering naar wat er in de hersenen gebeurt en koppelt dat aan hoe we leren.

Leren doe je als individu

Leren doe je volgens Bekkering niet als groep, leren gebeurt altijd in een individu, en dat zou je volgens hem centraal moeten stellen. Toch is ons schoolsysteem er niet naar georganiseerd. Harold Bekkering: "Iedereen krijgt dezelfde stof, dezelfde eindtermen. Alleen, het is een grote misvatting dat iedereen op dezelfde manier leert, ontvankelijk is voor dezelfde vakken en methodes. Daardoor zwemmen we in de labels als dyslexie en dyscalculie. Daarom moeten we juist onderzoeken in hoeverre de stof die je aanbiedt, aansluit op wat iemand ook daadwerkelijk kan en wil leren."

Leren vanuit een eigen model

"We hebben het onderwijs georganiseerd om de maatschappij te dienen, dus als iemand solliciteert, vragen we al snel naar diploma’s. Maar het is veel interessanter om te vragen: ‘Goh, wat heb jij geleerd deze jaren? Laat maar eens zien.’ Dan achterhaal je wie iemand is, waar zijn krachten liggen. En dát doen diploma’s niet", meent Bekkering. "Iedereen leert vanuit een eigen model, dat weten we onder andere van Donald Hebb, een neurowetenschapper. Hij laat zien dat onze hersenen een associatiemachine zijn. Onze hersenen bundelen alle informatie die binnenkomt en dat is hoe we leren. Daar kan je onderwijs op aanpassen. In plaats van te vertellen wat je moet leren, zou een school moeten denken: ‘Wat kunnen we nou doen om jou wat nieuws bij te brengen, en wat wil je zélf graag leren?’ Wat iemand heeft geleerd moet je niet in cijfers willen vangen. Integendeel. Je zou juist per individu moeten kijken waar iemand het meeste baat bij heeft."

Wat moet er veranderen aan het onderwijs

"Het allereerste is: weg met diploma’s. Je leert voor jezelf en je krijgt aan het eind van het jaar een portfolio mee, waarin je laat zien wat je hebt gedaan. Waarom zou je nou iedereen Frans of Duits laten leren?", aldus Harold Bekkering. "Als iemand dat niet wil, zou ik zeggen: prima, weet alleen dat je dan geen Frans of Duits meer kunt studeren. Wacht, dat wilde je ook helemaal niet? Mooi zo. Even goede vrienden, en als je later in Duitsland gaat wonen, leer je het alsnog."

Bekkering wil leerlingen ook keuzevrijheid geven. "Daarvoor is de zelf-determinatie theorie belangrijk. Een mens raakt gemotiveerd als hij zelf kan besluiten waar hij zich in gaat verdiepen, daarbij rekening houdend met zijn eigen doelen."

"Tot slot moeten we meer gebruikmaken van digitale middelen. Die technieken kunnen echt achterhalen wat iemand al weet en de stof daarop aanpassen, zoals woordjes leren op WRTS, een programma dat je overhoort en de woorden eruit pikt die je nog niet kent, tot je het foutloos kan."

Leerlingen hoeven voor Bekkering niet de hele dag achter de computer te zitten? Nee, ze kunnen bijvoorbeeld veel vaker actief van elkaar leren, onderling. Ben jij goed in wiskunde? Leg je klasgenootje dan maar eens uit waarom die som zo in elkaar zit. Uit onderzoek weten we dat dit niet alleen voordelig is voor degene die het nog niet weet, maar ook voor degene die het uitlegt. Een win-winsituatie, kortom."

Docenten rest een hele belangrijke taak, weet Harold Bekkering. Zij moeten ervoor zorgen dat je aan de slag  gaat, dat je gemotiveerd raakt. "De leraar kan zo juist meer met de mens bezig zijn. Want een computer kan die stof dan wel aanbieden, iemand zal je toch moeten vertellen waarom het belangrijk is dat je het ook daadwerkelijk leert.’’

Bron: brandpunt.kro-ncrv.nl