Ga naar de inhoud
Let op: Om de gebruikerservaring op deze site te verbeteren gebruiken we cookies.

Digitalisering sluit de menselijke factor niet uit

Digitalisering sluit de menselijke factor niet uit

De vijf sprekers op de zevende SBS HR Summit geloven dat de menselijke factor in de toekomst nog altijd nodig zal zijn, ondanks de digitalisering. Dat de skills en de competenties van de medewerkers er helemaal anders zullen uitzien, staat buiten kijf.

Impact op taken

Automatisering en artificiële intelligentie zijn belangrijk voor de productiviteit in België, zo steekt Yves Slachmuylders, partner bij McKinsey, van wal. Digitalisering zal zeker een impact hebben op de toekomst van werk, maar het is verkeerd om te vervallen in de boutade dat bepaalde sectoren zwaar geraakt zullen worden. Het is belangrijker om te kijken naar de invloed op taken. Automatisering zal vooral gebeuren bij repetitieve taken zoals het verzamelen van data, fysieke activiteiten zoals assemblage en cognitieve taken zoals medische beeldvorming en het stellen van diagnoses. “Taken met minder voorspelbaarheid zoals leidinggeven of toepassen van expertise zijn minder geschikt voor robots.” Mensen en machines zullen beiden nodig zijn in een andere soort economie, wat natuurlijk andere skills impliceert. Denk bijvoorbeeld aan collaboratie of probleemoplossende en sociale skills. Yves Slachmuylders gelooft ook dat de shift op macroniveau eerder traag zal verlopen en snel op microniveau. In de financiële sector verloopt de shift bijvoorbeeld heel snel. De snelheid van het reskillen zal hierbij kritisch zijn, zowel bij jongeren als bij medewerkers die al aan de slag zijn. “Levenslang leren is meer dan ooit een thema.”

Snel in gang schieten

Koen De Leus, hoofdeconoom bij BNP Paribas Fortis, ziet de toekomst van het werk positief in. Hij blikt hiervoor terug op het verleden. Innovatie brengt altijd een hogere arbeidsproductiviteit met zich mee, met in eerste instantie minder werk, een lagere koopkracht, minder consumptie en een krimpende markt. Maar op termijn komt het wel goed met de introductie van nieuwe technologieën. De hogere arbeidsproductiviteit zorgt ook voor lagere productiekosten, goedkopere producten, toenemende koopkracht, de groei van de markt en meer banen. Om dat te illustreren trekt Koen De Leus parallellen tussen de industriële en de technologische revolutie. “Door de introductie van weefgetouwen daalde het arbeidsaandeel ook heel sterk en ging een groter stuk van het inkomen naar het kapitaal en niet naar de arbeiders. Op termijn heeft zich dit gestabiliseerd en dat zal ook nu gebeuren.” Koen De Leus merkt op dat de digitale revolutie veel winnaars zal hebben maar “we moeten wel snel in gang schieten. Hiervoor hebben we niet alleen een regulerend kader nodig, maar moeten we ook inzetten op levenslang leren. De ongelijkheid zullen we moeten aanpakken door een globaal belastingsregime in te voeren.”

Empathie

De digitalisering is topprioriteit voor Microsoft en dwingt om na te denken over ons bedrijfsmodel en onze producten, vertelt Elke Willaert, HR-director Microsoft Belux. De tijd dat de computergigant op een monopolistische manier de klanten aan zich bindt aan de hand van licenties is voorgoed voorbij. Microsoft wil op een andere manier engageren met klanten, onder meer door echt naar hen te luisteren en meer empathie aan de dag te leggen. “Dat kunnen we alleen succesvol doen met behulp van onze medewerkers. Om het nodige talent aan te trekken, zal de cultuur de grote onderscheidende factor zijn, ook voor de oudere generatie”, legt Elke Willaert uit. “Diversiteit en inclusie zullen hierbij een belangrijke rol spelen.” Dat cultuur echt het verschil maakt, beschrijft de CEO van Microsoft, Satya Nadella, ook in zijn boek ‘Hit Refresh’. De liefdesdriehoek tussen het individu, sterk leiderschap en vertrouwen staat centraal. “Ook als we medewerkers evalueren, passen we drie principes toe: creëren van duidelijkheid, geven van energie en leveren van resultaten/succes.”

Ambassadeurs

Els Van Keymeulen, HR-manager bij Schoenen Torfs ziet de toekomst van werk ook als een tegenstelling tussen digitalisatie en de menselijke factor. Vijf jaar geleden maakte Torfs de keuze om de stenen winkels ook uit te breiden met een webshop. De online winkel maakt nu al tien procent van de totale jaaromzet uit. In deze harde tijden voor retail zet Torfs in op medewerkers, duurzaamheid en innovatie. “Het is belangrijk om te weten waar je bedrijf voor staat en waar je naartoe wil. Met ons nieuw winkelconcept, zowel online als offline, willen we een plaats waar mensen sterk in hun schoenen staan.” Om die visie over te brengen op de 650 medewerkers, maakt Torfs van hen ambassadeurs. Het speerpunt in hun HR-aanpak zijn de medewerkersdagen. Twee keer per jaar brengen ze de medewerkers samen om hen te inspireren en energie te geven. “Als je wil dat medewerkers klanten inspireren, dan moet je hen zelf ook inspireren. Onze boodschap luidt: laat ons meer denken in termen van belangen en behoeften en minder vanuit macht.”

Homo Cobotiens

Naar goede gewoonte sluit Fons Leroy, gedelegeerd bestuurder van de VDAB, de SBS HR Summit af. Ook hij is vrij optimistisch over de digitalisering en gelooft niet dat we aan het einde van de werkgelegenheid staan. “Op lange termijn zal er meer werkgelegenheid zijn, maar het zal wel over andere jobs gaan.” Een studie van Agoria geeft hem daarin gelijk. Als er niets verandert, zullen er in 2030 600.000 openstaande vacatures zijn. Hij gelooft niet dat talent schaars is, maar wel dat we het talent moeten willen zien. Hij pleit om arbeid te zien als ambacht, creatie, waardering, zingeving en herkenbaarheid. Jobs zitten, volgens hem, nu te veel in de negatieve sfeer, denk maar aan de termen mini-jobs of bullshitjobs. “We moeten opnieuw spreken over werk met meer autonomie, niet alleen bij de hooggeschoolden maar ook wanneer we het hebben over schoonmaaksters of groendiensten.” In zijn nieuwe boek ‘No jobs’ heeft hij het onder meer over de Homo Cobotiens, waarbij mensen hun plaats vinden in het werk. “Daarvoor zullen ze wel 21ste eeuwse vaardigheden nodig hebben. Laat jongeren daarom met begintermen in plaats van eindtermen uit het onderwijs komen en maak dat ze ‘goesting’ hebben om in de arbeidsmarkt te stappen. Want digitaal wordt de nieuwe moedertaal.”