Ga naar de inhoud
Let op: Om de gebruikerservaring op deze site te verbeteren gebruiken we cookies.

Deeltijds werk: goed voor werk-privébalans maar niet voor werkstress

Deeltijds werk: goed voor werk-privébalans maar niet voor werkstress

Een klein derde of zowat 700.000 werknemers op de Vlaamse arbeidsmarkt werken parttime. Werknemers in spitsuurgezinnen, vrouwen en vijftigplussers werken meer deeltijds dan anderen.

Deeltijds werken levert, zo blijkt uit de Vlaamse werkbaarheidsmonitor 2016, een betere werk-privébalans op. Werknemers in vier vijfde jobs kampen dan weer wel vaker met psychische vermoeidheidsproblemen dan hun voltijdse collega’s.

Deeltijders houden werk en privé beter in evenwicht
Ongeveer één op de zeven (13,5%) van de werknemers met een voltijds contract signaleert problemen om werk en privéleven te combineren. Bij grote deeltijders (type vier vijfde job) komen combinatieproblemen voor bij één op de tien (10,6%) en bij kleine deeltijders (type halftijdse job) gaat het om één op de twintig (5,0%).

Dat deeltijds werken soelaas kan bieden bij werk-privé-conflicten lijkt voor de hand te liggen. Wie minder uren besteedt aan zijn of haar job, houdt meer tijd over voor gezin en sociaal leven. Maar niet alleen de kortere contractuele arbeidsduur zorgt voor een beter evenwicht: deeltijders worden ook minder dan voltijders geconfronteerd met onregelmatige werkroosters, maken niet zo vaak overuren en werken over het algemeen dichter bij huis.

Meer werkstress in vier vijfde jobs?
Dezelfde logica speelt blijkbaar niet bij het psychische vermoeidheidsvraagstuk. Werkstressklachten en burn-outsymptomen komen minder vaak voor bij kleine deeltijders (28,2% en 9,7%) dan bij voltijders (34,2% en 12,6%).

Maar grote deeltijders passen niet in het schema: ze zetten een significant hoger cijfer neer voor werkstress (36,4%) en lopen even vaak tegen de burn-outlimieten aan (12,7%) als  hun voltijdse collega’s.

Nader onderzoek levert ondersteuning voor twee mogelijke verklaringen voor deze contra-intuïtieve vaststelling.

Enerzijds kunnen we er van uit gaan dat de overstap van een voltijdse naar een deeltijdse job zelden gepaard gaat met een overeenkomstige aanpassing van de werklast en het takenpakket. Simpel gesteld: mensen werken vier vijfde, maar doen in die tijd hetzelfde werk als voordien in vijf dagen.

Vier-vijfde-medewerkers blijken even vaak als hun voltijdse collega’s geconfronteerd met hoge taakeisen in de werksituatie (een problematische werkdruk en/of emotionele belasting), wat weegt op  de psychische vermoeidheid van de betrokkenen.

Anderzijds levert de werkbaarheidsmonitor ook bevestiging voor de hypothese dat de optie voor parttime-werk vooral gemaakt wordt door werknemers, die – bijvoorbeeld omwille van een afnemende veerkracht, beginnende gezondheidsproblemen of specifieke zorgverantwoordelijkheden - op de limieten van hun kunnen stoten. De overstap naar een deeltijdse werkformule is dan een middel om draaglast en draagkracht opnieuw in balans te brengen. De ‘tegenvallende’ werkstressscores van (grote) deeltijders mogen ons dus niet op het verkeerde been zetten: de formule kan ook bijdragen tot de duurzame inzetbaarheid van werknemers die het moeilijk hebben om aan boord te blijven.

De Vlaamse Werkbaarheidsmonitor is een initiatief van de Vlaamse sociale partners en werd ontwikkeld door de Stichting Innovatie & Arbeid. De werkbaarheidsmeting 2016 kreeg de financiële steun van de Vlaamse minister bevoegd voor Werk. Alle informatie en onderzoeksresultaten vind je op www.werkbaarwerk.be.