Wet & werk
Vrijwilliger of werknemer? Motief doorslaggevend ...
16 Mei 2012 //
Laga advocaten
Volgens het arbeidshof van Brussel is de beweegreden van vrijwilligers doorslaggevend om te bepalen of zij als werknemers kwalificeren en of de beperkte voordelen die zij genieten beschouwd moeten worden als loon waarop sociale zekerheidsbijdragen verschuldigd zijn.

Context


Een VZW verzorgde ondersteuningstaken voor optredens en andere evenementen (ticketcontrole, back stage controle etc.) en deed hiervoor een beroep op vrijwilligers. De vrijwilligers genoten vrije toegang tot het georganiseerde evenement en ontvingen naast drank- en voedselbonnetjes ook een activiteitsbon. Met deze activiteitsbon kon aan bepaalde activiteiten van de VZW worden deelgenomen of konden bepaalde producten worden aangekocht (waaronder T-shirts en CD’s).


De prestaties van de vrijwilligers werden door de VZW uitgefactureerd, wat haar een belangrijke omzet opleverde. Het betrof derhalve geen “zuivere” VZW, waardoor zij ook aan de vennootschapsbelasting onderworpen was. Naar aanleiding van een controlebezoek uitgevoerd op een evenement, kwam de RSZ tot het besluit dat de daar aangetroffen vrijwilligers arbeid verrichtten als werknemers en dat bijgevolg sociale zekerheidsbijdragen verschuldigd waren op de drank-, voedsel- en activiteitsbonnetjes die zij in ruil daarvoor ontvingen.


 


Beslissing


De arbeidsrechtbank van Turnhout verklaarde de vordering van de RSZ aanvankelijk gegrond. In beroep kreeg de RSZ van het arbeidshof van Antwerpen evenwel ongelijk, omdat de vrijwilligers geheel vrij waren al dan niet in te gaan op het door de VZW aangeboden werk.


Echter, omdat de vrijheid al dan niet in te gaan op een werkaanbod niet belet dat er na aanvaarding van het aanbod daadwerkelijk een arbeidsovereenkomst ontstaat, verbrak het Hof van Cassatie het arrest van het arbeidshof van Antwerpen, waarna de zaak vervolgens bij het arbeidshof van Brussel belandde.


Volgens het arbeidshof van Brussel was het doel en de oorzaak van de prestaties bepalend. De doorslaggevende beweegreden voor het aangaan van een arbeidsovereenkomst is inkomstenverwerving, terwijl de vrijwilligers in casu voornamelijk vrijetijdsbesteding beoogden. Aangezien de vergoedingen ook beperkt waren in omvang en zij de kwalificatie als vrijwilligersactiviteit derhalve niet tegenspraken, verwierp het arbeidshof van Brussel de vordering van de RSZ.


 


Belang


Hoewel de vrijwilligerswet van 3 juli 2005 nog niet van toepassing was op deze betwisting, lijkt de redenering van het arbeidshof ook onder de toepassing van deze wet mogelijks nog een rol te kunnen spelen. Volgens vermelde vrijwilligerswet is vrijwilligerswerk in essentie onbezoldigd, wat niet belet dat de door de vrijwilliger gemaakte kosten worden vergoed tot bepaalde grenzen. De vrijwilligerswet lijkt zich evenwel niet uit te spreken over voordelen die niet bedoeld zijn om gemaakte kosten te vergoeden, behalve dat vrijwilligerswerk in essentie onbezoldigd is.


Het hier besproken arrest van het arbeidshof van Brussel maakt duidelijk dat dergelijke voordelen niet noodzakelijk bezoldiging uitmaken. Dit is volgens het hof enkel het geval indien inkomstenverwerving het doorslaggevende motief vormt voor de gepresteerde arbeid.


 


(Arbeidshof Brussel 16 februari 2012, onuitg.)


 









 
 Tom Robert, Advocaat Laga Sofie Bontinck, Advocaat Laga