Het verschil met de situatie van voor de crisis is groot. In Spanje bijvoorbeeld steeg de jongerenwerkloosheid van 17,4 procent in maart 2007 naar liefst 51,1 procent in maart 2012. Jonge Europese werkzoekenden hebben het het moeilijkst. De werkloosheid steeg er naar historische hoogten op het vasteland. Meer dan een op vijf jongeren hebben geen werk in Frankrijk, het VK, Zweden, Polen, Ierland en Italië. In België groeide de jongerenwerkloosheid van 16,6 procent in september 2007 naar 17,1 procent in maart 2012 met een piek van 24,3 procent in februari 2010.
Gemiddeld gezien is ligt de jongerenwerkloosheid meer dan dubbel zo hoog als de totale werkloosheid in de Oeso. In landen als Griekenland en Spanje loopt dit op tot het drievoudige. De werkloosheidsgraad geeft echter niet het volledige beeld omdat heel wat jongeren de school verlieten, maar niet in de arbeidsstatistieken voorkomen. Zeker 23 miljoen jongeren in de Oeo-landen volgen geen opleiding of training en zijn evenmin aan de slag. Meer dan de helft onder hen gaf de zoektocht naar een job al op. De kans op langdurige werkloosheid is er erg groot en dat is slecht voor de hele carrière en de levensstandaard.
Actie!
De overheden moeten daarom dringend concrete acties ondernemen, zegt secretaris-generaal van de Oeso, Angel Gurría. Op korte termijn moeten de overheden:
• Jongeren al snel als ze op de arbeidsmarkt komen, effectief helpen bij hun zoektocht naar een job.
• De aandacht voor opleiding en training voor laaggeschoolden opdrijven
• Bedrijven aanmoedigen om jongeren aan te werven door de rsz-bijdragen te verminderen of loonsubsidies in te voeren.
• De kloof tussen bescherming bij een vaste job tegenover een tijdelijk contract verminderen wat de opstap naar de arbeidsmarkt moet vergemakkelijken
• Ervoor zorgen dat de hoogte van de minimumlonen werkgevers niet ontmoedigt om onervaren en laaggeschoolde jongeren aan te werven.